Tulpen voor Wilhelmina

Tulpen voor Wilhelmina

Door Agnes Dessing

Mijn in 2004 verschenen proefschrift over Engelandvaarders draagt de titel “Tulpen voor Wilhelmina: de geschiedenis van de Engelandvaarders”. De ondertitel is kraakhelder, maar de hoofdtitel ‘Tulpen voor Wilhelmina’ heeft wat uitleg nodig. Dus vertel ik tijdens mijn rondleidingen in het museum, waar ik altijd begin met het tonen van mijn boek, dat deze hoofdtitel gebaseerd is op een waargebeurd verhaal.

Het verhaal van een groepje Engelandvaarders uit Zuid-Holland, dat in april 1941 met een bootje de Noordzee overstak en twee bossen tulpen had meegenomen. Een bos voor de in ballingschap verblijvende koningin Wilhelmina en de andere bos voor de Engelse koningin Elizabeth. De overtocht was succesvol en de tulpen kwamen inderdaad bij de beide koninginnen in Londen terecht.

Ik vond het een heel mooi verhaal en vertelde het thuis ook aan man en kinderen, waarop een van mijn dochters, toen 14 jaar oud, bedacht dat mijn boek Tulpen voor Wilhelmina moest heten. En zo is het ook gegaan

Wie waren deze Engelandvaarders en hoe is deze geslaagde poging via de Noordzee verlopen? En hoe ging het met die tulpen? In het Nationaal Archief is aardig wat informatie over deze tocht te vinden. Daarnaast hebben ook nabestaanden van deze Engelandvaarders archiefmateriaal aan het Museum Engelandvaarders geschonken. Tenslotte is er een heel leuk interview met vijf van de zes Engelandvaarders, dat op 6 december 1974 werd gepubliceerd in de Leeuwarder Courant.

Initiatiefnemer was 39 jarige ir. Johan de Niet, werktuigbouwkundig ingenieur uit Den Haag. Hij kocht een zeewaardige reddingssloep bij de werf van scheepsbouwer Bothof in Slikkerveer en begon uit te kijken naar mensen die aan de tocht zouden willen deelnemen. De eerste die direct bereid was mee te gaan was ir. Hans Woltjer, scheepsbouwkundig ingenieur en 33 jaar oud, die De Niet nog kende uit zijn studietijd in Delft. Woltjer had een technische functie bij de Holland Amerika Lijn (HAL).

Tulpen voor Wilhelmina

Hans Woltjer 1941

De derde deelnemer was Henk Keesom, ook 33, die als stuurman voer bij de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij (KPM), een Nederlandse rederij die de scheepsverbinding met Nederlands-Indië onderhield. In mei 1940 was Keesom net met verlof in Nederland en kon niet meer terugkeren naar de Oost. Keesom vroeg zijn 31 jarige vriend en KPM- collega Jim Giel erbij, waarmee het aantal deelnemers op 4 kwam. De KPM-ers betrokken de marine-officier Lourens van der Veen uit Den Helder in het complot. Van der Veen was 33 jaar oud en had een bureaufunctie bij de marine, omdat hij aan zeeziekte leed. Toch wilde hij graag mee in deze reddingssloep. De zesde en jongste deelnemer (30 jaar oud), geworven door ir. Woltjer, was Eddie Klein, eigenaar van een winkel in elektriciteitsartikelen in Den Haag.

“Keesje”

In maart 1941 werd een eerste ontsnappingspoging gedaan, die echter mislukte doordat de buitenboordmotor het niet deed. Hierbij was nog een 7e deelnemer betrokken; de motoren-importeur Harry Joosten uit Amsterdam. Harry was joods en had dus dringende reden om het land te verlaten. Na het fiasco met de buitenboordmotor zorgde hij nog voor een goede binnenboordmotor, maar zag daarna, op verzoek van zijn vrouw, af van verdere deelname.(1) Hij was de enige die getrouwd was.

Opvallend aan deze poging tot Engelandvaart via de Noordzee is dat er heel veel helpers bij betrokken waren, waardoor dus heel veel mensen van de plannen afwisten en dat toch niemand zijn mond voorbij heeft gepraat. Behalve scheepsbouwer Bothof en enkele marine-officieren bij wie De Niet advies had ingewonnen, was ook groentekweker C. Hogewoning in Katwijk een helper. De sloep werd vanaf de werf van Bothof naar zijn huis vervoerd , waar de laatste werkzaamheden aan de boot werden verricht.

De Engelandvaarders doopten de boot ‘Keesje’, naar de 16-jarige zoon van groentekweker Hogewoning. Deze Kees was ook degene die een oplossing bedacht voor het probleem hoe men ongezien met de boot buitengaats kon komen. Kees stelde voor dat zijn oom, die binnenvaartschipper was en door de Duitsers vrijwel ongemoeid werd gelaten, de sloep in het ruim zou verstoppen. Vervolgens zou de binnenschipper de sloep naar Simonshaven op Voorne-Putten brengen vlakbij het gemaal De Biersum. Hier zat ook weer een oud-marineman in het complot. Simonshaven zou dan het verzamelpunt worden waar alle deelnemers aan boord zouden gaan.

Tulpen voor Wilhelmina

Wim Giel aan boord van “de Keesje” maart 1941

Op 4 april 1941 gingen de zes mannen aan boord van de sloep, zoals gepland. De tocht naar open zee en de daaropvolgende oversteek van de Noordzee verliepen zonder problemen, mede dankzij de nautische kennis van Keesom en Giel en de goede weersomstandigheden. In de middag van 5 april , kregen ze de Engelse kust ter hoogte van Lowestoft in zicht. In de avond arriveerden zij op een Brits strand, waar zij door de Engelse kustwacht werden opgewacht. Keesom herinnert zich dat de ontvangst niet zo vriendelijk was (‘Hands up’ kregen de Engelandvaarders te horen), maar dat trok al gauw bij. Ze werden naar het politiebureau gebracht, kregen droge kleren en werden gastvrij onthaald.

Tulpen voor Wilhelmina èn Elisabeth

De volgende dag werden ze naar Londen gebracht en zoals gebruikelijk verhoord om hun politieke berouwbaarheid vast te stellen. De twee bossen tulpen hadden ze afgegeven met daarbij een briefje gericht aan koningin Wilhelmina. Dat luidde:

5 april 1941, Lowestoft.

Aan Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,

Met onze hartelijke groeten en beste wenschen voor de toekomst blijven wij ook in naam van 96% van Uw volk,

Uwe meest onderdanige dienaren (2)

Tulpen voor Wilhelmina

Daaronder stonden de handtekeningen van de zes mannen: De Niet, Keesom, Giel, Van der Veen, Woltjer en Klein. Kort daarna werden de tulpen door de Nederlandse gezant te Londen E. baron Michels van Verduynen aan de beide koninginnen overhandigd.

De eerste die reageerde was koningin Wilhelmina. Op 8 april 1941 ontving H.W. Keesom per adres Royal Patriotic School in Wandsworth een schrijven van François van ‘t Sant, particulier secretaris van de Nederlandse vorstin:

‘Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden heeft mij opgedragen U en de Heeren Van der Veen Lourens, A. Giel, D. de Niet, J.H. Woltjer en E. Klein Hoogstderzelver dank over te brengen voor de prachtige tulpen, door U voor Hare Majesteit uit het vaderland medegenomen.

Met uw behouden aankomst in Engeland zijt U allen van harte gelukgewenscht. (3)

De Engelse Queen Elisabeth deed niet onder voor haar Nederlandse collega. Haar bedankje arriveerde een dag later, op 9 april. Het was geschreven door de al genoemde Nederlandse gezant en gericht aan kapitein E. Derksema, hoofd van de Nederlandse Politie Buitendienst (PBD), die zich bezighield met het verhoren van Engelandvaarders nadat zij door de Britse veiligheidsdienst waren vrijgegeven. Ook Queen Elisabeth was blij met de tulpen en verzocht de Nederlandse gezant

‘[….]….aan de heeren Haar zeer oprechten dank te betuigen voor het geschenk en de aardige gedachte. Hare Majesteit had beide op hoogen prijs gesteld. (4)

De overkomst van deze Engelandvaarders was vrij vroeg in de oorlog. Woltjer herinnert zich althans dat elke Engelandvaarder bij de PBD een nummer kreeg. Zij waren met zijn zessen de nummers 17 tot 23.

Nadat allen betrouwbaar waren verklaard en bij de majesteit hadden theegedronken viel de groep uiteen en ging ieder zijns weegs. Giel, Keesom, Van der Veen en Woltjer dienden bij de marine. Van der Veen in een walfunctie, de anderen waren in actieve dienst. Giel voer op diverse schepen in Europa en het Verre Oosten. Na zijn demobilisatie in 1947 ging Giel bij de Koopvaardij en voer als gezagvoerder op schepen van de Java-China-Japanlijn. Keesom voer onder andere op de torpedobootjager Tjerk Hiddes en was commandant op de HMS Evertsen. Terug in Nederland werkte hij bij het ministerie van Defensie en was docent aan het Marine Instituut in Den Helder.

Woltjer werd uitgezonden naar Soerabaja , maar moest daar in februari 1942 al weer vertrekken na de inval van de Japanners. Hij diende bij de koopvaardij in de VS en Engeland. Na de oorlog ging hij terug naar de HAL en werd in 1947 hoofd-ingenieur bij Wilton Feijenoord en later President Directeur.

De Niet was behalve ingenieur ook boekhouder en kreeg een functie bij de Nederlandse Scheepvaart en Handelscommissie, kortweg ‘shipping’ genoemd. Hij en Klein gingen na de oorlog het Engelse zakenleven in. Beiden waren eigenaar van een fabriek in Engeland.

Vijf van de zes mannen trouwden een Engelse vrouw. Woltjer was de enige die een Nederlandse vrouw trouwde. Zij was de weduwe van schout bij nacht Karel Doorman, die in 1942 gesneuveld was tijdens de slag in de Javazee.

Keesje, de zoon van groentekweker Hogewoning, begon al tijdens al tijdens de oorlog een studie geneeskunde en werd opgeleid tot gynaecoloog. Hij vertelde aan de journalist van de Leeuwarder Courant hoe hij op Tweede Pinksterdag 1941 naar Radio Oranje luisterde en tot zijn grote blijdschap de omroeper hoorde zeggen: ‘En dan is hier nog een bericht voor Kees: De tulpen zijn goed aangekomen en ze maken het best.’ Toen wist hij dat het groepje Engelandvaarders goed was aangekomen

Wel of niet publiceren?

Hiermee is het verhaal nog niet ten einde. Het verslag van deze tocht had overduidelijk propagandistische waarde: dappere Nederlanders die met gevaar voor eigen leven de Noordzee hadden getrotseerd en voor hun arme koningin tulpen, oranje tulpen zelfs, hadden meegebracht. Dat verhaal wilde de Nederlandse Regeringspersdienst (voorloper van de Rijks Voorlichtingsdienst) maar al te graag publiceren. Ze stuurden tal van verzoeken aan de autoriteiten om tot publicatie te mogen overgaan, maar kregen steeds nul op het rekest.

Zo schreef het waarnemend hoofd van de Regeringspersdienst, Dirk de Man op 13 juni 1941 in een brief aan F. van ’t Sant (die behalve particulier secretaris van koningin Wilhelmina ook raadsadviseur bij het departement van Justitie was) dat de Engelse censuur onlangs een bericht over wat we nu maar even als het ‘Tulpenverhaal’ zullen aanduiden, had vrijgegeven voor Zuid-Amerika en voegde daar aan toe:

Ik zou het op prijs stellen spoedig te mogen vernemen of de Regeeringspersdienst dit artikel thans voor circulatie in de Engelsche pers kan gebruiken.(5)

Van ’t Sant antwoordde op 24 juni 1941:

“[……] dat na ernstig overleg met de bevoegde Engelsche autoriteiten en mede namens hen, dringend wordt verzocht iedere publicatie over genoemd feit (het Tulpenverhaal, AD) te vermijden, zelfs ook al zou deze publicatie in vreemde landen geschied zijn.

Eveneens verzoeken wij u dringend in het geheel geen aandacht te willen vestigen op het feit dat er wel eens Hollanders overkomen.

Dit bemoeilijkt niet alleen ons werk in hooge mate, doch de bewijzen zijn voorhanden van het feit dat dit ten opzichte van de zich in Holland bevindende familieleden en vrienden der overgekomenen de meest funeste gevolgen heeft.(6)

Als de Duitsers er achter kwamen wie naar Engeland was ontsnapt , liepen familie, vrienden en helpers van deze Engelandvaarders grote kans om gearresteerd te worden. Ook al te veel gepraat over de gevolgde route was uit den boze. Dat zou bijvoorbeeld blijken in maart 1942 toen twee jonge Engelandvaarders (Schiff en Van Wijngaarden) voor Radio Oranje werden geïnterviewd en haarfijn uit de doeken deden hoe zij via een georganiseerde route vanuit Zwitserland naar Engeland waren ontkomen. Dit had tot gevolg dat deze route daardoor bekend werd en nog wachtende vrijwilligers in Zwitserland hiervan niet meer gebruik konden maken.(7)

Toch was het ook niet zo dat er in Engeland in de jaren 1940-1945 geen enkel bericht over Engelandvaarders door de censuur kwam. Daarvoor waren de escape-stories toch te waardevol voor de geallieerde propaganda. Maar de berichten moesten volledig ontdaan worden van alle informatie die de Duitsers naar de identiteit van de betrokken Engelandvaarders zou kunnen leiden.

Een dergelijk bericht verscheen uiteindelijk op 25 augustus 1941 in de Daily Mail. De kop luidde: ‘Smuggled tulips to 2 Queens’. Daaronder stond ‘Daring Dutchmen”:

‘A bunch of withered red and white streaked tulips were recently presented to Queen Wilhelmina. They meant more to her than the finest bouquet that ever came out of a London or Paris florist’s shop. They were grown on her native soil.

To get them here a small bunch of loyal Dutchmen dared the vigilance and vengefulness of the Gestapo and the German army of occupation in Holland.

The smuggled flowers had no easy journey, but the red streaks in the petals, nearest to orange to be found in war-stricken Holland, still showed signs of life. The Queen wept when she received them.

There was a bunch too for Queen Elisabeth. When England’s Queen heard of the gift, she asked the Netherlands Minister Jonkheer Michels van Verduynen to bring them to her personally.

Queen Wilhelmina sent for the smugglers, all of whom are now serving in the Free Dutch Forces.** (8)**

De reünie van de Engelandvaarders van deze tocht, die resulteerde in het interview in de Leeuwarder Courant vond plaats ergens in het jaar 1974, in Vledderveen bij ir. De Niet thuis. Er staat een mooie foto bij van het hele gezelschap, waarbij Keesom de destijds gebruikte scheepshoorn in zijn handen houdt. De Niet poseert met de Nederlandse vlag, die in 1941 op de ‘Keesje’ wapperde.

Tulpen voor Wilhellmina

Reunie bemanning Keesje in Vledderveen 1974

In 1987 werd het hele interview van de Leeuwarder Courant integraal overgenomen en afgedrukt in De Schakel, het blad van het Genootschap Engelandvaarders. Bij het Genootschap wist men niets af van deze geslaagde poging en de rol die tulpen daarbij hadden gespeeld. Bij het stuk in de Schakel werd vermeld dat Giel, Keesom en Klein inmiddels overleden waren (respectievelijk in 1976, 1980 en 1982). Woltjer overleed in 1996. Van De Niet en Van der Veen zijn de overlijdensdata onbekend.

(1) Gelukkig heeft Joosten de oorlog overleefd.

(2) Digitaal Monument Engelandvaarders: Johannes (Hans) Emanuel Woltjer, Zoeken naar Engelandvaarders.

(3) Digitaal Monument Engelandvaarders: Johannes (Hans) Emanuel Woltjer, Zoeken naar Engelandvaarders.

(4) Digitaal Monument Engelandvaarders: Johannes (Hans) Emanuel Woltjer, Zoeken naar Engelandvaarders.

(5) Digitaal Monument Engelandvaarders: Johannes (Hans) Emanuel Woltjer, Zoeken naar Engelandvaarders.

(6) Digitaal Monument Engelandvaarders: Johannes (Hans) Emanuel Woltjer, Zoeken naar Engelandvaarders.

(7) A. DESSING, Tulpen voor Wilhelmina: de geschiedenis van de Engelandvaarders. Amsterdam, 2004, p. 322.

(8) Digitaal Monument Engelandvaarders: Johannes (Hans) Emanuel Woltjer, Zoeken naar Engelandvaarders.

Terug naar alle verhalen

Lees ook

Meer verhalen
Spectaculaire ontsnappingen Verhaal

Spectaculaire ontsnappingen

In zijn onderzoek naar de activiteiten van inlichtingen- en veiligheidsdiensten in Nederland tijdens en na de Tweede Wereldoorlog stuitte historicus Frans Kluiters in 1999 op pikante gegevens over...

26 maart 2026

Ontdek meer in het museum

Deze verhalen komen tot leven in Noordwijk. Plan je bezoek en sta oog in oog met de geschiedenis van de Engelandvaarders.