Spectaculaire ontsnappingen

Spectaculaire ontsnappingen

door Jos Teunissen

In zijn onderzoek naar de activiteiten van inlichtingen- en veiligheidsdiensten in Nederland tijdens en na de Tweede Wereldoorlog stuitte historicus Frans Kluiters in 1999 op pikante gegevens over een aantal Engelandvaarders.

In het omvangrijke dossier dat Kluiters na zijn overlijden in 2009 naliet, bevindt zich een verklaring van de verzetsman en Engelandvaarder Charles van Houten, die in 1943 na een geslaagde overtocht in dienst trad bij het Nederlandse Bureau Inlichtingen in Londen. Na de bevrijding van het zuiden van Nederland in september ’44 werd hij plaatsvervangend bevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten.

Van Houten, in de eerste jaren van de bezetting actief in een verzetsgroepje waartoe ook Wim van Nievelt, de Poolse vice-consul in Nederland Witold (‘Tolo’) Makowski, het Haagse gemeenteraadslid Els van den Bosch-de Jongh en de Haagse verzetsman Andor Kaszó behoren, beschrijft in zijn na de oorlog opgestelde verklaring hoe hij door Kaszó op het nippertje uit de klauwen van de Gestapo werd gehouden.

Op 15 augustus 1942 rond acht uur ’s avonds zit hij in de tuin van Van Nievelt in de Surinamestraat 24. De mannen bespreken zaken betreffende de in de Anna Paulownastraat 89 gevestigde Commercieele Bank NV, waarvan beiden directeur zijn. De bel gaat en buiten adem en ‘in een staat van opwinding’ vertelt Kaszó hen dat de Gestapo hem op de hielen zit en dat Van Houten en Van Nievelt zo snel mogelijk weg moeten om arrestatie te voorkomen.

ontsnappingen

Charles van Houten

Van Houten: ‘Dit gebeurde allemaal zeer gehaast, het verhaal kwam er met horten en stoten uit en buiten tegenwoordigheid van mevrouw Van Nievelt, die zich op dat ogenblik boven in een van de voorkamers van het huis bevond. Na enkele momenten werd er weer gebeld.’ Dat is voor Kaszó het moment om ‘onmiddellijk door de tuin te verdwijnen naar de brandgang tussen de huizen van de Surinamestraat en het Nassauplein.’ Hij roept Van Houten en Van Nievelt na dat zij direct mee moeten komen. Dat doet Van Houten, maar Van Nievelt wil zijn gezin niet in de steek laten en blijft in huis. ‘ Van Houten rent de brandgang uit en springt vervolgens in de Javastraat op de tram.

Met hulp van de verzetsgroep Zwaantje van Allard Oosterhuis in Delfzijl weet hij met Willem Lindenburg, Leen Pot, Pieter Six en Hendrik Lodewijk van der Wijck uit Nederland te ontsnappen door zich met medeweten van kapitein Harrie Roossien te verbergen in een kleine, slecht geventileerde tussenruimte in de watertank van het schip ‘Hollandia’. Op 9 september 1943 wordt Van Houten in Engeland toegewezen aan het Bureau Inlichtingen (BI) en bevorderd tot majoor. Hij is de contactpersoon tussen BI en de koningin en heeft in die functie grote invloed op haar.

Hendrik van den Bergh en Rudolf Paehlig

Kaszó werkte na zijn ontsnapping mee aan een escape-line die geallieerde piloten via Spanje naar Portugal brengt. Hij vertrekt op 12 juli 1942 met Hendrik van den Bergh en Rudolf (‘Boelie’) Paehlig richting Spanje. In Parijs pikt Kaszó twee geallieerde piloten op die hij moet helpen terugkeren naar Engeland. In Spanje wordt de groep opgepakt wegens illegale grensoverschrijding. Ze komen in de gevangenis van Porlier in Madrid terecht. Kaszó, van Hongaarse afkomst, wordt opgesloten in het kamp Nanclares de Oca, maar weet daaruit te ontsnappen en hangend onder treinen Nederland te bereiken. Van den Bergh slaagt er op 25 november 1943 in Engeland per vliegtuig te bereiken. Dat lukt Paehlig pas op 28 maart 1945. Hij volgt een opleiding bij Special Operations Executive (SOE), maar keert enkele maanden later terug naar het inmiddels bevrijde Nederland. In 1950 wordt hij op 28-jarige leeftijd wegens ‘krankzinnigheid’ opgenomen in de psychiatrische inrichting Bloemendaal in Loosduinen. De Engelse archieven over hem blijven tot 1 januari 2031 gesloten.

Jan Lowey-Ball

Het onderzoek van Kluiters werpt ook licht op de Engelandvaart van Jan Lowey-Ball, een Delftse ingenieur en verzetsman. Lowey-Ball probeert in 1943 naar Spanje te ontkomen, met het doel vanuit Londen een bijdrage aan het verzet te leveren. Onderweg, in Carcassonne, wordt hij gearresteerd. Tijdens het verhoor merken de Duitsers dat hij van waarde kan zijn voor de in Toulouse gevestigde vliegtuigindustrie. Jan doet alsof hij wil meewerken en wordt vrijgelaten. Met een speciale Ausweis mag hij met een Wehrmacht-trein terug naar Nederland en vrij door België en Frankrijk reizen.

Eenmaal weer in Delft ontmoet hij de Franse journalist en verzetsman Henry Scharrer, die op last van de Duitsers bij het ANP in Den Haag is ontslagen. Scharrer spioneert in Nederland door de inlichtingendienst van de Vrije Fransen in Londen. Bij een drukkerij worden kopieën van Jans Ausweis gemaakt. Lowey-Ball en Scharrer zetten een ontsnappingsroute op voor in Nederland gestrande geallieerde piloten, krijgsgevangenen, Joden en Engelandvaarders: Roosendaal of Maastricht, Lille, Parijs, Toulouse, Pau. Ook werken ze samen met de Alkmaarse verzetsmannen Fritz Conijn en Pierre de Bie. Op 18 augustus 1944 wordt Scharrer in de trein van Haarlem naar Den Haag gearresteerd; korte tijd later ondergaat Conijn hetzelfde lot. Beiden worden op 6 september in Vught gefusilleerd. Onduidelijk is gebleven waarom Lowey-Ball na de bevrijding werd geïnterneerd in het detentiekamp voor politieke delinquenten Fort Blauwkapel. De reden was volgens Kluiters vermoedelijk de deal die hij in Frankrijk met de Duitsers had gemaakt.

ontsnappingen

Henry Scharrer

Op 15 december 1945 ontsnapt Lowey-Ball op spectaculaire wijze uit Fort Blauwkapel. In het kamp verblijven ook de Nederlandse nazi Willem Sassen en Andor Kaszó, die is opgepakt op verdenking van het verduisteren van grote sommen geld van het verzet. Het kamp wordt bewaakt door soldaten van de Canadese Field Security. Sassen en Ball hebben een speciale voorstelling georganiseerd van het toneelstuk ‘Cyrano de Bergerac’, dat zal worden vooraf gegaan door de voordracht van de door Sassen geschreven eenakter ‘De Ontsnapping’.

Op de eerste rij zit de Britse generaal Charles Foulkes, die op 1 mei 1945 in Wageningen de overgave van de Duitse troepen in Nederland met zijn handtekening heeft bekrachtigd. Naast hem de vader van de voordrachtskunstenaar, de voormalige NSB-burgemeester van Veghel die eveneens in het kamp is gedetineerd. Om de voorstelling goed invoelbaar te maken, heeft Sassen het toneel dicht laten bouwen met prikkeldraad en matrassen. Canadese militairen houden met het geweer in de aanslag de zaal in bedwang. Het moet zo echt mogelijk lijken…

ontsnappingen Fort Blauwkapel

Fort Blauwkapel

‘Ik ga naar Londen, vader! De radio roept mij! Hier kan ik niet langer blijven!’, roept Sassen junior, staand op het toneel in een Canadese legerjas over zijn pak. Hij verlaat de Bühne en wringt zich, terwijl het publiek geduldig op de volgende scène wacht, door een venster waarvan de tralies vooraf zijn doorgezaagd. Met Sassen nemen ook Lowey-Ball en Kaszó de benen. Ball weet op dat moment niet dat inmiddels was ontdekt dat hij ten onrechte is aangeklaagd en vastgezet en dat men van plan was hem vijf dagen later vrij te laten.

De gegevens over Andor Kaszó zijn ontleend aan het op 15 april 2026 te verschijnen boek ‘Tussen paprika en kaas, Het verhaal van een verzetskind’ van Minka Kaszó, de enige dochter van Andor Kaszó en de Haagse verzetsvrouw Jo Hendrichs.

Terug naar alle verhalen

Lees ook

Meer verhalen
Tulpen voor Wilhelmina Verhaal

Tulpen voor Wilhelmina

Mijn in 2004 verschenen proefschrift over Engelandvaarders draagt de titel “Tulpen voor Wilhelmina: de geschiedenis van de Engelandvaarders”.

26 maart 2026

Ontdek meer in het museum

Deze verhalen komen tot leven in Noordwijk. Plan je bezoek en sta oog in oog met de geschiedenis van de Engelandvaarders.