Een open boot op de Noordzee
Engelandvaarders

Routes naar Engeland

De bezetter sloot na mei 1940 vrijwel direct alle uitvalswegen af. Toch vonden Engelandvaarders drie manieren om het land uit te komen, elk met eigen gevaren.

De Engelandvaart kwam pas in 1941 goed op gang. Voor de Noordzeeroute was dat het topjaar; in 1942 en 1943 waren vooral de twee andere routes in trek. Vaak was er geen sprake van een bewuste keuze: welke weg iemand nam, werd dikwijls door het toeval bepaald.

01

De Noordzeeroute

± 10% bereikte Engeland via de Noordzee

De weg over de Noordzee was het kortst en leek daarom aantrekkelijk. Maar ontsnappen via deze route was uiterst moeilijk en gevaarlijk, zeker nadat de bezetter in 1942 begon met de aanleg van de Atlantikwall en de kust tot verboden gebied verklaarde.

Voor zover bekend zijn vanaf de Nederlandse kust 136 pogingen tot Engelandvaart gedaan, waarvan slechts 23% slaagde. De meeste vonden plaats in 1941, toen de kust nog enigszins bereikbaar was. In mei 1941 ontsnapten zelfs twee Nederlanders in een gestolen G1, en kort daarna vier anderen in een gestolen Fokker-watervliegtuig.

02

De Zuidelijke route

± 58% koos de weg via Spanje en Portugal

De Zuidelijke route was lang en telde veel grenzen die clandestien overgestoken moesten worden. Toch bereikten de meeste Engelandvaarders Engeland langs deze weg. Zij deden er gemiddeld 1 jaar en 3 maanden over, mede doordat zij onderweg lang in gevangenissen en interneringskampen belandden of op papieren moesten wachten.

Een beruchte bottleneck was Vichy-Frankrijk. Na de Duitse bezetting daarvan in november 1942 bleef er nog maar één weg open: clandestien de Pyreneeën over naar Spanje. Daar werden Engelandvaarders vaak opgesloten in het interneringskamp Miranda de Ebro, gevolgd door lange wachttijden in Madrid.

03

De Scandinavische route

± 31% ontsnapte via het neutrale Zweden

Voornamelijk zeelieden monsterden aan op kustvaarders met het vooropgezette plan om in het neutrale Zweden van boord te lopen. Net als op de Zuidelijke route volgde daarna een lange wachttijd.

De passage naar Engeland kon alleen per (post)vliegtuig, en per vlucht konden maar enkele mensen mee. Intussen maakten de vrijwilligers zich nuttig met houthakken in de Zweedse bossen. Pas in 1944 kwam er, met Amerikaanse bommenwerpers, voldoende vervoerscapaciteit beschikbaar.

Volg een route op de voet

In het museum reconstrueer je de gevaarlijke tocht stap voor stap, en in de verhalen vertellen Engelandvaarders zelf hoe het hen verging.