Engelandvaarder Rie Knapper, adjudant van Wilhelmina, deel 3

Engelandvaarder Rie Knapper, adjudant van Wilhelmina, deel 3

Door Agnes Dessing

Op 13 november 1944 staken acht gemilitariseerde groepen VHK-ers (onder wie Rie Stokvis-Knapper) vanuit het Britse Tilbury over naar het Belgische Oostende. Dit nadat een eerdere poging om de Noordzee over te steken op 8 november door storm was mislukt.

In Oostende werden de vrouwen opgewacht door Generaal Kruls, hoofd van het Militair Gezag, die bloemen bij zich had voor VHK-commandante Smit-Deijserink. Daarna kon het VHK eindelijk aan haar taak beginnen: hulp bieden aan de noodlijdende bevolking van het net bevrijde zuiden van Nederland, de reden waarom zij zich bij het korps hadden gemeld. En hulp bieden, dat deden de vrouwen met groot enthousiasme. Er werd voedsel en kleding verstrekt, ondervoede kinderen werden naar Engeland geëvacueerd, zieken werden behandeld tegen scabiës (schurft) en de dames die vrachtwagens bestuurden reden af en aan om voedsel, medicijnen of personen te vervoeren.

Toch liet de organisatie van dit alles te wensen over. Sommige groepen hadden het enorm druk, terwijl andere groepen weinig te doen hadden. Ook werd door de VHK-ers niet altijd goed samengewerkt met plaatselijke (Nederlandse) groepen, die reliefwerk deden.(1)

Rie Knapper was liaison officer van unit VII, de groep die neerstreek in het Noord-Brabantse Oudenbosch. Zoals ze gewend was, ging ze voortvarend te werk en maakte al snel enkele dienstreizen om “dingen te regelen”, een naar Nijmegen en een naar Maastricht. Iedere groep had echter een bepaald gebied toegewezen gekregen en Rie fietste hier doorheen met haar dienstreizen en acties. Dit leidde tot irritatie van (leidinggevende) VHK-ers in die andere gebieden. Het duurde dan ook niet lang of er kwamen klachten binnen bij de commandante van Het VHK over Rie:

Rie knapper

“Mrs Stokvis appears to have been visiting places as far apart as Nijmegen and Maastricht; making recommendations for the transfer of VHK-officers and personel, reporting availability of supplies and generally performing duties which cannot be said to be within her jurisdiction[…]”

Smit-Deijserink sprak haar waardering uit voor wat Stokvis-Knapper betekend had voor het VHK, maar was verder zeer streng: Rie diende zich te houden aan haar duidelijk afgegrensde taken en mocht niet meer buiten haar boekje gaan.(2)

Drie dagen later reageerde Stokvis-Knapper op deze brief. Ze had geconstateerd, zo liet zij weten, dat er een gebrek aan coördinatie was binnen het VHK. Hierdoor werkte het korps in haar ogen niet zakelijk en ging 50% van het goede effect van hun werk verloren. Knapper voelde zich geremd door de grensafbakening, die zij in principe juist vond, ‘als er maar een ter zake kundige figuur was, die als het ware dit alles overkoepelde’. Zij stelde voor dat zij, Stokvis-Knapper, een dergelijke functie zou gaan bekleden, om ervoor te zorgen dat de groepen beter werden ingezet.

Dit was extra belangrijk omdat het gebrek aan coördinatie volgens Rie leidde tot onvrede onder de VHK-ers. ‘Vele vrouwen, schreef Rie, ‘……hebben het gevoel dat zij niet voor 100% worden ingezet. Dit gevoel maakt het offer wat ze vaak gebracht hebben door hun man en kinderen alleen te laten, te groot gaat voelen tegenover de nuttigheid van hun aanwezigheid hier. [….] Dit leidt tot ontstemming en de wens uit het korps te gaan zodra dat kan.(3)

Hoe het verder is gegaan en of Rie de door haar gewenste coördinerende functie heeft gekregen is niet bekend. Een paar maanden later zou er een heel ander beroep op haar worden gedaan en zou zij het VHK verlaten.

Adjudant van Wilhelmina

In april 1945 ontving Stokvis-Knapper een brief van de particulier secretaris van de koningin, de heer Van ’t Sant. Mevrouw, zo schreef hij, ging binnenkort definitief naar Nederland vertrekken. Omdat dit in overeenstemming was met de wens van het Nederlandse volk ging zij niet in een paleis wonen en zag zij af van een hofhouding. Hierdoor had zij wel een dame nodig die het huishouden zou kunnen doen en bezoekers naar binnen kon begeleiden. De vraag was of Rie dit wilde doen.(4) Haar antwoord was: ja.

Stokvis-Knapper kreeg eervol ontslag uit het VHK, maar mocht nog wel tijdelijk haar uniform blijven dragen. Samen met haar mede-adjudanten Peter Tazelaar en Erik Hazelhoff Roelfzema begeleidde ze de koningin tijdens haar definitieve terugkeer naar Nederland. Op 2 mei 1945 landde koningin en prinses plus gevolg op het vliegveld Gilze-Rijen. Vervolgens streek het gezelschap neer in Huize Anneville in Ulvenhout, vlakbij Breda. Op foto’s is te zien hoe koningin Wilhelmina, prinses Juliana en Rie Stokvis-Knapper arriveren bij Anneville en gezamenlijk de trap naar het bordes bestijgen.

Aankomst in Anneville

Had Anneville nog iets paleisachtigs (landhuis, bordes), het volgende onderkomen van de Majesteit was een “gewoon” huis aan de Nieuwe Parklaan in Den Haag. Daar woonde de koningin van september 1945 tot april 1946.

Nico Knapper, neef van Rie en woonachtig in Amsterdam, herinnert zich dat niet lang na de bevrijding een jeep hun Jan van Eijkstraat binnenreed. Uit die jeep stapte zijn tante Rie, die hij jarenlang niet gezien had. Ze kwam om serviesgoed te lenen voor de koningin. Beladen met borden, schalen en bestek vertrok zij weer.(5)

Nico Knapper, die later regisseur zou worden van populaire TV-series als Zeg ‘ns A en Oppassen vertelt ook dat zijn tante nooit uit de school klapte over haar contacten met het Koninklijk Huis.

Ook nadat haar taak als huishoudster van de koningin afgelopen was, bleef Rie Knapper in de entourage van koningin en prinses.

Juliana en Stokvis-Knapper op bordes Anneville

Dat blijkt ook wel uit de vele brieven en verjaardagskaarten van prinses Juliana, die zich in het archief van Rie bevinden.

Al tijdens de oorlog in Londen was de koningin geporteerd voor de idee van ‘vernieuwing’. Dit hield in dat Wilhelmina hoopte dat de op verzuiling gebaseerde partijen na de bevrijding niet zouden terugkeren in het parlement. In plaats daarvan wilde zij verzetslieden op belangrijke posities in de regering en, heel belangrijk, ze wilde ruimere bevoegdheden voor zichzelf als monarch.

Het eerste naoorlogse kabinet Schermerhorn/Drees dat in juni 1945 tot stand kwam en slechts een jaar zou functioneren, had een brede basis en valt enigszins vernieuwingsgezind te noemen. (Minister-president Willem Schermerhorn was een vernieuwer). Maar bij de verkiezingen in 1946 stemde het Nederlandse volk als vanouds op traditionele partijen en werd alles weer zoals het voor de oorlog was geweest.

Dit was een grote tegenslag voor koningin Wilhelmina. Ook voor Rie en haar man Frits was het niet doorgaan van de vernieuwing zeer teleurstellend. Neef Nico vond tussen de papieren van zijn tante een kaart met een portret van Wilhelmina. Daarop stond een persoonlijke opdracht: “Herinnering aan een droom die nooit bewaarheid is geworden”.(6)

Zó groot was de teleurstelling, dat het echtpaar Stokvis-Knapper in 1950 besloot om Nederland te verlaten en te emigreren naar Zuid-Frankrijk. Aan de Côte d’Azur, dat toen nog voornamelijk landbouwgebied was, kochten ze een stuk land met daarop een villa en een boerderij. Aanvankelijk kweekten ze anjers, maar dat was niet zo’n succes.

Het huwelijk met Frits Stokvis hield geen stand. In 1958 werd de scheiding uitgesproken.

Een derde echtgenoot diende zich aan in de persoon van Gerrit Havercate, een textielbaron uit Twente die failliet was gegaan.

Rie bleef, als altijd, een ondernemende, energieke vrouw. Zo kocht ze een wintersportgebied in Frankrijk en ook een stuk land in Italië, aan de Ligurische kust, waarvoor zij allerlei plannen ontwikkelde. Te midden van al deze beslommeringen overleed Engelandvaarder Rie Knapper plotseling op 24 februari 1970. Zij werd slechts 66 jaar.

V.l.n.r. Peter Tazelaar, Rie Stokvis-Knapper en Erik Hazelhoff Roelfzema.

**1) **A. BIERMANS, Vrouwen onder de wapenen: de oprichting van het Vrijwillig Vrouwen Hulpkorps en zijn eerste optreden in bevrijd Nederland (1943-1945). Doctoraalscriptie Nijmegen, 1983, p. 153-154.

2) Brief van mw Smit-Deijserink aan Stokvis-Knapper d.d. 10-1-1945. Collectie Rie Knapper, Museum Engelandvaarders, nr. 0002.

3) Brief van Stokvis-Knapper aan mw Smit-Deijserink d.d.13-1-1945. Collectie Rie Knapper, Museum Engelandvaarders, nr. 0024.

4) Brief van F. van ’t Sant aan Stokvis-Knapper d.d. 23-4-1945. Collectie Rie Knapper. Museum Engelandvaarders, nr. 0008.

5) Interview met de heer Nico Knapper d.d. 16-7-2025.

6) Idem.

Terug naar alle verhalen

Lees ook

Meer verhalen
Spectaculaire ontsnappingen Verhaal

Spectaculaire ontsnappingen

In zijn onderzoek naar de activiteiten van inlichtingen- en veiligheidsdiensten in Nederland tijdens en na de Tweede Wereldoorlog stuitte historicus Frans Kluiters in 1999 op pikante gegevens over...

26 maart 2026

Tulpen voor Wilhelmina Verhaal

Tulpen voor Wilhelmina

Mijn in 2004 verschenen proefschrift over Engelandvaarders draagt de titel “Tulpen voor Wilhelmina: de geschiedenis van de Engelandvaarders”.

26 maart 2026

Ontdek meer in het museum

Deze verhalen komen tot leven in Noordwijk. Plan je bezoek en sta oog in oog met de geschiedenis van de Engelandvaarders.