Huibert van Ginhoven, ‘erbarmungslos ausgerottet’

Huibert van Ginhoven, ‘erbarmungslos ausgerottet’

Door Niek Kaan

Vader van zes kinderen, maar toch wilde Huibert van Ginhoven zijn aandeel leveren in de strijd tegen nazi-Duitsland. Hij verzamelde gegevens over het Duitse leger in Nederland en hielp jonge mannen die naar Engeland wilden uitwijken. Hij en zijn gezin betaalden er de hoogste prijs voor.

Huibert van Ginhoven werd geboren op 26 december 1896 op het eiland Marken. Zijn vader was er hoofd van de christelijke lagere school, later in Oude Wetering en Barendrecht, waar zoon Huib de middelbare school en de kweekschool bezocht. Van 1915 tot 1918 vervulde hij zijn dienstplicht, waarna hij aan de slag ging als onderwijzer. Blijkbaar was dat toch niet wat hij zocht, want in Amsterdam ging hij op een boekhoudkantoor werken. Weer later vestigde hij zich als zelfstandig boekhouder en in 1932 ging hij aan het werk bij de dienst Sociale Zaken van de gemeente Amsterdam.

In 1936 verhuisde hij met zijn echtgenote Carolina Feij van Amsterdam naar Castricum. Eerst woonde het gezin aan de Ruiterweg en in november 1938 betrokken ze een groter huis op het adres Torenstraat 69. Het echtpaar had toen zes kinderen, vijf zoons en een dochter. In het kerkgebouw aan de Beverwijkerstraatweg in Castricum bespeelde Huib van 1936 tot 1941 tijdens de kerkdiensten het orgel en sinds 1931 was hij lid van de Antirevolutionaire Partij en bestuurslid van de plaatselijke kiesvereniging.

Huibert van Ginhoven

Huibert van Ginhoven

Engelandvaarder Bert Ligtvoet

Na de inval van het Duitse leger in Nederland verzette alles in hem zich tegen de nieuwe machthebbers. Vooral de maatregelen tegen Joodse medeburgers wakkerden zijn weerzin aan. Al in het eerste oorlogsjaar regelde Van Ginhoven onderduikadressen. Bij zijn verzetswerk riep hij vaak de hulp in van mensen uit de kring van gereformeerden en leden van de Antirevolutionaire Partij. Via dit netwerk verzamelde hij informatie die van belang zou kunnen zijn voor de Nederlandse regering in Engeland. Onder meer werden tekeningen gemaakt van het door de Duitsers gebruikte vliegveld bij Bergen en van de werf in Haarlem waar Duitse onderzeeboten werden gerepareerd.

In december 1940 werd de 22-jarige chemicus Bert Ligtvoet uit Amstelveen bij Van Ginhoven thuis ondergebracht. Ligtvoet wilde proberen naar Engeland te ontsnappen om zich daar bij de krijgsmacht te voegen en het door Van Ginhoven verzamelde materiaal in Londen te overhandigen. Het plan was in februari 1941 een vliegtuig naar Engeland te laten vertrekken, maar gebrek aan benzine leidde tot uitstel. Als chemicus zag Ligtvoet kans om gewone benzine op te waarderen tot vliegtuigbenzine. Van Ginhoven vond zijn verzetsvriend Simon Belgraver, die op het laboratorium van de Bataafse Petroleum Maatschappij werkte, bereid het benodigde materiaal uit het laboratorium te smokkelen. Het brandstofprobleem was daarmee opgelost, maar op het laatste moment werd het vertrek opnieuw vertraagd door de weersomstandigheden. Tot overmaat van ramp verscheen in de hangar een onbekend gebleven man, die waarschuwde dat de Duitsers achter de plannen waren gekomen. Besloten werd de onderneming voorlopig af te blazen.

Ligtvoet ging in Amsterdam op zoek naar andere mensen die hem konden helpen. Hij ontmoette er ene Gerard Stellbrink, die hem vertelde dat elke twee weken een vliegtuig van Engeland naar Holland vloog; hij zou met dit vliegtuig het spionagemateriaal, waaronder een plattegrond van de Fokkerfabriek in Amsterdam, naar Engeland kunnen overbrengen. Tot 27 maart verbleef Ligtvoet in de woning van Stellbrink in Leiden. Op die dag werd hij door een auto afgehaald voor zijn overtocht naar Engeland. Het bleek een valstrik… In Wassenaar werd hij gearresteerd en naar het Huis van Bewaring in Scheveningen (het ‘Oranjehotel’) gebracht. Ligtvoet werd onder druk gezet om alle details van de plannen voor de Engelandvaart te onthullen.

Intussen zette Van Ginhoven zich, onwetend van de arrestatie van Ligtvoet, in voor nog twee andere mannen die naar Engeland wilden: de elektrotechnicus Andreas Kop-Jansen en de vrachtwagenchauffeur Christian van ’t Schip. Op 8 mei 1941 ontmoette Van Ginhoven de twee in café Central in Amsterdam. Vandaar vertrokken ze in een vrachtwagen naar Den Haag. In de buurt van Haarlem werden ook zij gearresteerd. Die dag werden ook alle anderen opgepakt die hulp hadden verleend of onderdak hadden geboden. In totaal 18 mannen, onder wie Huib van Ginhoven, werden in afwachting van hun vonnis in Scheveningen gevangen gezet.

Bij huiszoekingen werd bij de buurvrouw van Van Ginhoven in de pedaalkast van de piano een pakketje gevonden met de tekening die Simon Belgraver had gemaakt van de werkzaamheden op het vliegveld bij Bergen en berichten bestemd voor Engeland. Een zoon van Van Ginhoven had haar gevraagd er goed op te passen. De aanklager had weinig moeite om te bewijzen dat Van Ginhoven geheime informatie verzamelde.

Doodvonnissen

Op 29 september werden alle 18 mannen van de groep Van Ginhoven van het ‘Oranjehotel’ in Scheveningen overgebracht naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam. Het proces vond plaats op 2, 3 en 4 oktober 1941. Het ontkennen van de feiten was vanwege alle bewijsmateriaal zinloos.

Van Ginhoven en Ligtvoet kregen de doodstraf wegens hun poging tot ‘begunstiging van de vijand’ in combinatie met verraad van staatsgeheimen. Uit het vonnis: ‘Derartige verantwortungslose Personen müssen nach der Überzeugung des Gerichtes erbarmungslos ausgerottet werden.’ De andere aangeklaagden werden veroordeeld tot een jarenlange tuchthuisstraf in Duitsland. Simon Belgraver overleefde vier jaar tuchthuis, die hij in Duitsland onder verschrikkelijke omstandigheden doorbracht. In 1951 emigreerde hij naar Australië, waar hij opnieuw werk vond op een laboratorium. Hij heeft zijn hele verdere leven geleden onder zijn oorlogservaringen.

Van Ginhoven in het huis van bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam. De foto is gemaakt door een gevangenisbewaarder

Van Ginhoven in het huis van bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam. De foto is gemaakt door een gevangenisbewaarder

De doodvonnissen van Van Ginhoven en Ligtvoet zouden op 17 november 1941 worden voltrokken, maar hun executies werden uitgesteld omdat Ligtvoet een revisieproces zou krijgen. Bij dat proces, op 11 februari 1942, werd hij opnieuw ter dood veroordeeld, maar op 16 maart kreeg hij gratie en werd zijn straf veranderd in levenslange tuchthuisstraf in Duitsland.

Op 17 maart 1942 werd Van Ginhoven om twee minuten over vier ter dood gebracht op de schietbaan in Laren. Aan zijn vrouw en aan ieder kind heeft hij een afscheidsbrief geschreven. Zijn zoon Kees van Ginhoven: ‘Ik zat op de School met de Bijbel en werd door mijn zusje opgehaald en naar Amsterdam gebracht, waar wij op de Lekstraat op één-hoog in aanwezigheid van familie, mijn moeder, broertje en zusje het tijdstip van vaders executie meemaakten.’

Zoon Johan van Ginhoven: ‘Mijn vader heeft er zeer onder geleden dat hij vijf maanden als ter dood veroordeelde in de gevangenis zat zonder dat er verandering in de toestand kwam, maar aan de andere kant was hij er God dankbaar voor dat hij een zo lange tijd kreeg om zich voor te bereiden, in tegenstelling tot vele anderen.’

Kees van Ginhoven: ‘Geëxecuteerden werden gecremeerd, de urn werd door een militair (die kreeg daarvoor een paar dagen verlof) naar Duitsland gebracht; in mijn vaders geval naar een begraafplaats ten oosten van Berlijn (de zogeheten Franse begraafplaats). Na de oorlog werden de urnen opgespoord door de Oorlogsgravenstichting en overgebracht naar erebegraafplaatsen. Het graf van mijn vader is op het Kriegsfriedhof in Osnabrück.

Een paar weken na vaders dood moesten wij onze woning aan de Torenstraat verlaten. Met een vrachtwagentje werd onze huisraad naar Friesland gereden; mijn zusje en ik zaten in de cabine naast de chauffeur. Mijn oudste broer, die zes maanden in de gevangenis opgesloten was geweest, dook onder in Surhuisterveen; de op een na oudste dook onder op een boerderij in Ellecom en de derde broer trok in bij een oom in De Steeg (Gelderland).

Moeder, dochter en de jongste werden opgenomen door boer Reinder de Vries in Opeinde (Smallingerland) en ik kwam op een kleinere boerderij, ook in Opeinde. Op de zolder van de school werden onze bezittingen opgeslagen. Die zolder raakte in 1944 in brand en daarbij verloren wij alle privé-spullen. Medio mei 1944 vond mijn moeder het te gevaarlijk worden op de boerderij en vertrok zij met de kinderen naar een ander adres. Zij kreeg op een verschrikkelijke manier gelijk: de boerderij van De Vries was het onderkomen van leden van de knokploeg Smallingerland en een opvangplek voor neergeschoten geallieerde vliegers. Op 21 november 1944 vond er een overval plaats door Duitse militairen. Er volgde een schietpartij, waarbij ook twee zonen van De Vries, Jan en Marten, het leven lieten. De boerderij ging in vlammen op.’

‘Het was te erg’

In 1947 keerden moeder en de drie jongste kinderen terug naar Castricum, om kort daarna te verhuizen naar Amsterdam in verband met de studie van de kinderen; moeder kon het heen en weer gereis niet betalen. Na de oorlog zijn alle kinderen geëmigreerd naar Canada. Dat had alles te maken met de treurige naoorlogse situatie in Nederland en de veronachtzaming (ook door de kerk) van het leed dat ons gezin is overkomen.

Ligtvoet keerde na de oorlog terug in Amsterdam, werd arts en heeft daar nog enkele jaren bij ons ingewoond. Hij leed zeer onder een schuldgevoel; hij had het gevoel ten onrechte overleefd te hebben. Mijn hele familie heeft in het verzet gezeten en Joden ondergebracht en gered. Een aantal Van Ginhovens heeft de Yad Vashem-onderscheiding gekregen.

De meesten van ons gezin, onder wie ik zelf, hebben de nare ervaringen een intieme plaats kunnen geven. Er werd niet over gepraat, het gezin was uit elkaar gespat. Emotioneel (het was allemaal te erg) is het contact tussen broers en zus nooit meer hersteld. Ook mijn moeder is overgegaan tot de orde van de dag; zij heeft tot op hoge leeftijd voor haar dagelijks brood moeten knokken en heeft het beste (resterende) deel van haar leven aan de opvoeding van haar thuiswonende kinderen gewijd.’

In 1946 werd bij de gemeentelijke sociale dienst in Amsterdam een gedenkraam geplaatst ter nagedachtenis van Joodse ambtenaren en verzetsmensen van deze dienst, die in de oorlog omkwamen. Op dat raam staan ook de naam van Huibert van Ginhoven en de datum van zijn executie.

Dit artikel is een bewerking van het artikel dat Niek Kaan in 2005 publiceerde in het Jaarboek van de Stichting Oud-Castricum, nr. 28.

Kees van Ginhoven en zijn moeder Cornelia Feij bij het graf van Huibert in Osnabrück

Kees van Ginhoven en zijn moeder Cornelia Feij bij het graf van Huibert in Osnabrück

[

Lezing “Peter Tazelaar” Spion van Oranje

](/nieuws/boeiende-lezing-over-peter-tazelaar-spion-van-oranje)

[

Vrouwelijke Engelandvaarders

](/engelandvaarders/vrouwelijke-engelandvaarders)

[

Museumcollectie nu ook digitaal

](/collectie)

Terug naar alle verhalen

Lees ook

Meer verhalen
Spectaculaire ontsnappingen Verhaal

Spectaculaire ontsnappingen

In zijn onderzoek naar de activiteiten van inlichtingen- en veiligheidsdiensten in Nederland tijdens en na de Tweede Wereldoorlog stuitte historicus Frans Kluiters in 1999 op pikante gegevens over...

26 maart 2026

Tulpen voor Wilhelmina Verhaal

Tulpen voor Wilhelmina

Mijn in 2004 verschenen proefschrift over Engelandvaarders draagt de titel “Tulpen voor Wilhelmina: de geschiedenis van de Engelandvaarders”.

26 maart 2026

Ontdek meer in het museum

Deze verhalen komen tot leven in Noordwijk. Plan je bezoek en sta oog in oog met de geschiedenis van de Engelandvaarders.