Hendrik Geert de Jonge – Zijn geloof was zijn leidraad

Hendrik Geert de Jonge – Zijn geloof was zijn leidraad

Door Pepijn Lucker

“Mijn schild ende betrouwen zijt gij, o God, mijn Heer”. Met deze regel uit het zesde couplet van het Wilhelmus begint Hendrik Geert de Jonge (Doorwerth, 28 december 1916, Capelle aan den IJssel, 12 december 2010) zijn relaas over de oorlogsjaren.

Daaruit blijken al meteen twee dingen: zijn Oranjegezindheid en zijn grote religiositeit. De Jonge was lidmaat van de gereformeerd kerk, aanhanger van de Anti-Revolutionaire Partij en zeer vaderlandslievend. Dit blijkt ook uit zijn in Engeland afgenomen verhoor waarin hij zegt: “In het voorjaar van 1942 ben ik door godsdienstige overtuigingen tot de conclusie gekomen, dat ik iets moest doen voor het Vaderland.” Volgens zijn ondervrager moest hem “een vooral lichamelijke drukke betrekking gegeven worden … mede waardoor hij geestelijke rust zal vinden.” Die drukke betrekking heeft hij zeker gekregen.

Verzet tegen de nazi’s

Zijn begin 2024 openbaar geworden dossier in het Nationaal Archief bevat een verslag dat hij kort na de bevrijding over zijn ervaringen tijdens de oorlogsjaren heeft geschreven. Eind jaren dertig was De Jonge opgeleid tot artillerie officier, waarna hij werd geplaatst bij de kustartillerie in Den Helder. In de meidagen 1940 kwam hij zelf niet in actie. Na de capitulatie was hij rechten gaan studeren aan de VU in Amsterdam. Net als de meeste beroepsmilitairen had hij de verplichte verklaring afgelegd dat hij de Duitsers geen schade zou berokkenen. In de loop van de volgende jaren kwam hij echter hierop terug. Door zich tegen de Nazi’s te verzetten, redeneerde hij, zou hij de wereld en daarmee ook het Duitse volk helpen bevrijden van tirannie. Daaruit bleek volgens hemzelf dat hij het beste voor had met het Duitse volk, in geestelijke en materiele zin.

Zijn verzetsactiviteiten hadden aanvankelijk weinig succes. Zo maakte hij in het voorjaar van 1942 plannen voor een overval op Hoek van Holland met een groepje oud-militairen. Hij verwachtte dat daar spoedig een geallieerde invasie zou plaatsvinden en “daar het moreel van de [Duitse] troep zeer zwak was, kon men door flink optreden en het overhoop steken van de officieren, deze stelling in handen krijgen.” Dit plan draaide echter op niets uit. De Jonge werd voor gek verklaard door een aantal gereformeerde medestudenten die hij van zijn voornemen had verteld. Op hun aandringen en dat van een gereformeerde predikant werd hij vervolgens enige tijd gedwongen opgenomen in een zenuwkliniek in Amsterdam.

Naar Engeland

Door zijn verblijf in de kliniek had De Jonge een oproep gemist van de Duitsers om zich als oud-beroepsofficier te komen melden voor krijgsgevangenschap. Dit was voor De Jonge de directe aanleiding om uit Nederland weg te gaan. In juli 1942 vertrok hij uit Nederland. Via de Zuidelijke Route door België, Frankrijk en Spanje en een grote omweg naar Curaçao bereikte hij eind november uiteindelijk Engeland.

Na de gebruikelijke veiligheidsonderzoeken in Londen werd via BBC radio de boodschap “HEIN 1728” uitgezonden, zodat zijn familie wist dat hij veilig was aangekomen: ‘HE’, de eerste letters van zijn voornaam; ‘IN’, de eerste letters van de voornaam van zijn verloofde Ina; 17 de geboortedag van zijn verloofde en 28 zijn eigen geboortedag.

Geheim agent Albrecht

Op 15 december 1942 werd De Jonge met drie anderen aan Wilhelmina voorgesteld. Een dag later werd hem door het tijdelijk hoofd BI majoor Broekman, die hij nog kende uit Nederland, gevraagd om in zijn dienst te treden. De Jonge stemde in en ging voortaan onder de schuilnaam “Albrecht” door het leven.

Eind december begon zijn opleiding tot geheim agent. Om de risico’s zo klein mogelijk te houden wilde De Jonge liefst solo worden opgeleid en gedropt, zonder “wireless-operator” (radioseiner). Hij leerde o.a. hoe mensen te schaduwen en zelf daaraan te ontkomen, omgaan met zendapparatuur en parachutespringen (waarbij hij een spier scheurde).

Document met de aliassen van Henk de Jonge

Document met de aliassen van Henk de Jonge

In de nacht van 11 op 12 maart 1943 werd De Jonge boven Drenthe uitgeworpen. Zijn opdracht was tweeledig: ten eerste spionage, vooral in militaire maar ook in economische zin. En ten tweede contact zoeken met het zogenaamde Nationale Comité, een groep van 10 vooraanstaande politici.

Voor deze missie kreeg hij onder andere mee:

  • Een vals persoonsbewijs op de naam Piet van Vliet, met per abuis een vingerafdruk in blauwe in plaats van zwarte inkt.

  • Een pistool met munitie.

  • Een fototoestel met film.

  • Een telefoniezender/ontvanger.

  • Voedselbonnen en f10.000 in cash.

  • Adressen in Zweden waar hij, verstopt in boeken, zijn negatieven naar toe moest sturen.

  • Een verkleinde fotocopie van een verklaring getekend door premier Gerbrandy, waarin stond dat De Jonge met een speciale opdracht van de regering naar Nederland was gezonden.

Tijdens de sprong raakte hij verstrikt in zijn parachute waardoor hij met zijn hoofd omlaag op de grond neerkwam. Maar hij landde “wonderzacht … als verhooring van de bede om hulp tot God”. De contactadressen die De Jonge had meegekregen bleken betrouwbaar. Hij maakte contact met meerdere verzetsgroepen en begon aan anderen door te geven wat hij zelf in Engeland had geleerd, bijvoorbeeld het coderen van berichten. Maar met zijn zendapparatuur had ‘Albrecht’ veel problemen. Hij kon duidelijk horen wat er vanuit Engeland werd gezegd maar zijn eigen berichten kwamen vrijwel nooit goed over. En dit was niet het enige probleem. De voedselbonnen die hij mee had gekregen bleken verouderd en konden niet worden ingewisseld. Hetzelfde gold voor de biljetten van fl. 1000 en fl. 500 die hij mee had. Deze waren kortgeleden door de Duitsers ongeldig verklaard.

Groep Albrecht

Het politieke gedeelte van zijn opdracht, contact zoeken met het Nationaal Comité, verliep slecht. De mensen die hij benaderde wilden niet met hem praten of werden gearresteerd door de Duitsers. Hij besloot dan ook om van dit deel van zijn opdracht af te zien, ook al omdat hij het militaire spionagewerk veel belangrijker achtte en daar zijn energie in wilde steken. De Jonge ging hier voortvarend mee aan de slag en stelde een netwerk samen uit zijn eigen vrienden- en kennissenkring. Zo ontstond de groep H.G., Hollands Glorie, zoals hij het zelf noemde, maar die uiteindelijk als ‘Groep Albrecht’ bekend kwam te staan.

Vaak waren de leden net als De Jonge oud-militairen. Liefst ongehuwd, zodat ze zich volledig aan het verzetswerk konden wijden. De Jonge beperkte zich niet tot enkele provincies maar liet in heel Nederland verkenningen uitvoeren. Hiermee ging hij tegen zijn oorspronkelijke, beperkte opdracht in. Maar hij had vrienden door het hele land die het beste in de eigen regio hun spionagewerk konden doen. Zelf reisde hij stad en land af om onderlinge contacten te onderhouden en de verzamelde informatie op te halen. Voortdurend verbleef hij op verschillende adressen in de hoop dat de Gestapo zo moeilijker vat op hem zou kunnen krijgen. Berichten werden op bepaalde geheime adressen achtergelaten, ontmoetingen vonden bij voorkeur plaats bij particulieren thuis of in openbare parken.

Rapporten vol met militaire gegevens werden uitgetypt op een adres in Den Haag en vervolgens gefotografeerd. Maar het in Engeland bedachte plan om deze verstopt in boeken naar Zweden te sturen bleek onuitvoerbaar. De Duitsers hadden maanden daarvoor al het sturen van drukwerk naar Zweden verboden. Omdat er geen andere mogelijkheid bestond om de informatie naar Londen te verzenden besloot De Jonge om dan maar zelf terug naar Engeland te gaan om persoonlijk verslag te doen.

Vergeefse pogingen

Hij deed diverse pogingen om weg te komen. Eerst met hulp van de zogenaamde verzetsgroep Zwaantje die mensen naar Zweden smokkelde. Maar juist in deze tijd werd de groep Zwaantje verraden en door de Duitsers opgerold.

Daarna beraamde De Jonge een plan om in Scheveningen een Duitse motortorpedoboot te kapen. Gewapend met pistolen klom De Jonge met een groepje verzetslieden aan boord. Het lukte om de bemanning te overmeesteren maar doordat de motoren niet startten, moesten ze snel maken dat ze wegkwamen.

Informatie over Aviolanda en overval in Scheveningen

Informatie over Aviolanda en overval in Scheveningen

Zo was De Jonge gedwongen om opnieuw de lange route over land door Zuid-Europa te nemen. Met 650 negatieven verstopt in zijn bagage ging hij met hulp van een passeur bij Budel de grens over, samen met de bekende ritmeester Charles Pahud de Mortanges, meervoudig olympisch kampioen paardrijden voor de oorlog. Ze kwamen in Brussel aan, waar ze valse papieren kregen. Met een nieuwe passeur reisden ze via Roubaix en Parijs naar Toulouse. Meerdere pogingen om de Pyreneeën over te steken mislukten vanwege strenge grenscontroles en het slechte weer.

Bij de derde poging liep De Jonge in een hinderlaag. Het hotel waar hij zich met een groepje vluchtelingen had verzameld werd overvallen door de Duitsers en hij werd gearresteerd. In een Franse Gestapocel werd hij flink mishandeld voordat hij op transport werd gesteld terug naar Nederland.

Onderweg deed hij nog een poging om te ontsnappen waarbij hij een schotwond opliep, maar tevergeefs: op 15 november 1943 was hij weer terug in Nederland, waar hij werd overgebracht naar de gevangenis in het Brabantse Haaren.

Missive van premier Gerbrandy over Henk de Jonge

Missive van premier Gerbrandy over Henk de Jonge

Gevangenschap

Daar werd De Jonge wekenlang meerdere keren per dag ondervraagd. Gesterkt door zijn geloof slaagde hij erin maar mondjesmaat informatie prijs te geven. En zo kon de spionagegroep die hij had opgericht tot aan het einde van oorlog blijven opereren. De Jonge zelf bleef in Haaren totdat hij in juli 1944 plots voor een Duitse krijgsraad werd geleid. Tijdens een kort proces werd hij driemaal ter dood veroordeeld, wegens spionage, wapenbezit en erewoordbreuk, maar om onduidelijke redenen werd het vonnis nooit voltrokken. In plaats daarvan werd De Jonge eind juli met een grote groep naar

Duitsland gevoerd waar hij de rest van de oorlog in diverse gevangenissen doorbracht. In april 1945 werd hij uiteindelijk bevrijd in een werkkamp bij Holzen.

Decoraties

Na de oorlog ontving De Jonge diverse onderscheidingen, waaronder de Militaire Willemsorde. In de voordracht voor de Bronzen Leeuw staat vermeld dat de Groep Albrecht “de meest waardevolle militaire inlichtingenbron [is] geweest voor de geallieerde oorlogsvoering”.

Hij emigreerde naar Australië en vervolgens Israël, maar keerde uiteindelijk terug naar Nederland waar hij in 2010 overleed.

Laatste wilsbeschikking Henk de Jonge

Laatste wilsbeschikking Henk de Jonge

**Bronnen Nationaal Archief: **

**2.09.06 **Archief van het ministerie van Justitie te Londen, inv.nr. 13056

**2.13.71 **Archieven van het ministerie van Defensie te Londen, inv.nr. 2789

**2.02.32 **Archief van de Kanselarij der Nederlandse Orden, 1815-1994

[

Museum & Bezoekersinformatie

](/museum)

Terug naar alle verhalen

Lees ook

Meer verhalen
Spectaculaire ontsnappingen Verhaal

Spectaculaire ontsnappingen

In zijn onderzoek naar de activiteiten van inlichtingen- en veiligheidsdiensten in Nederland tijdens en na de Tweede Wereldoorlog stuitte historicus Frans Kluiters in 1999 op pikante gegevens over...

26 maart 2026

Tulpen voor Wilhelmina Verhaal

Tulpen voor Wilhelmina

Mijn in 2004 verschenen proefschrift over Engelandvaarders draagt de titel “Tulpen voor Wilhelmina: de geschiedenis van de Engelandvaarders”.

26 maart 2026

Ontdek meer in het museum

Deze verhalen komen tot leven in Noordwijk. Plan je bezoek en sta oog in oog met de geschiedenis van de Engelandvaarders.