Deel 2, Sprong uit de trein: een wereldreis in oorlogstijd
Door Maurits Huijbrechtse en Frans Jansen
Een toevallige ontmoeting in het Museum Engelandvaarders bracht ons in contact met Marianne Spangenberg-Carlier. Zij was op zoek naar antwoorden over het oorlogsverleden van haar vader, Gerard Antoine Jan Carlier. In dit tweede deel staan zijn Engelandvaart en verdere loopbaan centraal.
Meldplicht
Op 15 mei 1942 riep de Duitse bezetter Nederlandse beroepsofficieren en cadetten op zich te melden bij kazernes in het land. De oproep gold voor de zogenoemde erewoordgevers: militairen die na de capitulatie hadden beloofd geen strijd meer te voeren. Wie zich meldde, ontdekte al snel dat de kazernes waren omsingeld. De aanwezigen werden ontwapend en afgevoerd naar het krijgsgevangenenkamp Neurenberg-Langwasser.
Niet iedereen gaf gehoor aan de oproep. Sommigen doken onder, uit vrees te worden herkend vanwege eerdere verzetsactiviteiten. Gerard Carlier koos, na overleg met een oudere militair, voor een andere weg. Hij meldde zich wel, bij de Palmkazerne in Bussum.
Ontsnapping
Diezelfde nacht sprong hij samen met collega-cadet Willem Brederode uit een rijdende trein. Carlier liet zich tussen de rails vallen en bleef roerloos liggen, terwijl wagon na wagon over hem heen denderde. Pas toen de laatste wagon voorbij was, stond hij op. De trein verdween in de nacht, Carlier was vrij.
Onderduik, verzet en Engelandvaart
Na zijn ontsnapping wist Carlier terug te keren naar Nederland. In de maanden die volgden leefde hij ondergedoken. Hij reisde door het land, onderhield contacten in verschillende verzetskringen en hielp bij het verzamelen en doorgeven van inlichtingen. Zo werkte hij mee aan het opzetten van een koerierslijn tussen Nederland en Perpignan en ondersteunde hij de ontsnapping van Ed Barten, met wie hij eerder al een vluchtpoging had ondernomen.
In deze fase kwam hij in contact met Nel Lind, een centrale figuur binnen de ontsnappingsorganisatie Luctor et Emergo / Fiat Libertas. Na overleg in het Vondelpark besloot Carlier met haar hulp Nederland definitief te verlaten. Engeland werd opnieuw zijn doel.
Op 10 augustus 1942 begon Carlier aan zijn Engelandvaart. Met een vals reisdocument, door Lind geregeld via de Belgische verzetsgroep Witte Brigade, reisde hij via België en Frankrijk zuidwaarts. Zijn route voerde onder meer langs Brussel, Lyon, Marseille en Perpignan.

Nel Lind
De tocht verliep moeizaam. Pogingen om de demarcatielijn tussen bezet en onbezet Frankrijk te passeren mislukten. In Lyon bleek het opgegeven contactadres onjuist en ontbrak begeleiding. Hij had nauwelijks voedsel om zich onderweg in leven te houden. Ook in Marseille vond hij geen steun bij de Nederlandse consul.
In Perpignan vond Carlier uiteindelijk aansluiting bij de Nederlandse vertegenwoordiger Joop Kolkman, die meerdere Engelandvaarders hielp. Hier ontmoette hij ook collega-cadetten Dirk van Ardenne en Willem Boldingh. Op 29 september 1942 stak Carlier de Pyreneeën over naar Spanje.
Via Cádiz vertrok hij op 4 oktober 1942 met het schip Cabo de Buena Esperanza naar de vrije Antillen. Enkele weken later, op 29 oktober, arriveerde hij in Suriname.
Suriname, Amerika, Australië en Indonesië
In Suriname stelde Carlier een rapport op over Luctor et Emergo voor Jan Marginus Somer, chef van het Bureau Inlichtingen. Een verzoek om als geheim agent naar Nederland terug te keren werd afgewezen. De mannen die zijn plaats innamen, Piet Roelof Gerbrands en Nout Bergmann, kregen de naam van Nel Lind mee. Het vliegtuig waaruit zij per parachute werden neergelaten, werd aangevallen door een Duitse nachtjager en stortte neer. Bergmann was op slag dood. Gerbrands overleefde en kon Engeland opnieuw bereiken. Lind werd door de Duitsers opgepakt maar overleefde de oorlog.
Carlier werd in plaats daarvan betrokken bij de heropbouw van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, gericht op inzet tegen Japan vanuit Australië. In Suriname zag hij ook Willem Brederode, Van Ardenne en Boldingh terug en gaf hij leiding aan Surinaamse vrijwilligers als commandant van de Zware-Wapenscompagnie.
In 1944 volgde Carlier een aanvullende officiersopleiding aan de US Army Infantry School en werkte hij korte tijd voor de Netherlands Purchasing Commission in de Verenigde Staten, belast met de inkoop van wapens.

Gerard Carlier (links), Washington 1944
In deze periode probeerde hij zich aan te melden voor een parachutistenopleiding; dit verzoek werd afgewezen. Ook een aanvraag voor een pilotenopleiding, die hij later in Australië mocht indienen, werd niet gehonoreerd. Tijdens zijn verblijf in de Verenigde Staten hoorde hij dat zijn broer in Zwitserland verbleef in afwachting was van een mogelijkheid om naar Engeland te reizen om als KNIL-officier aan de strijd deel te nemen.
In juli 1945 vertrok Carlier met het Derde Detachement Overzee. Na de Japanse capitulatie diende hij op Timor en Sulawesi en raakte zo betrokken bij de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog.
Na zijn militaire loopbaan trad Carlier in dienst bij Philips in Zuid-Amerika en Spanje. Onder deze civiele dekmantel hield hij zich tevens bezig met inlichtingenwerk in de context van de Koude Oorlog. Hij is op 1 februari 1995 in El Campelli (Spanje) overleden.