'Mishandeld' in Scheveningen: Erik Hazelhoff Roelfzema

'Mishandeld' in Scheveningen: Erik Hazelhoff Roelfzema

door Jos Teunissen

Al kort na het begin van de Duitse bezetting probeert Erik Hazelhoff Roelfzema met zijn vrienden Jean Mesritz, Carel Kranenburg en Erik Michielsen via de haven van Scheveningen uit te wijken naar Engeland. Dat leidt in de nacht van 25 augustus 1940 tot een handgemeen met twee Duitsers, zo blijkt uit een onlangs ontdekt rapport van de Haagse politie.

De Haagse politieagent J. Erdman rapporteert op 25 augustus: ‘S.E. Hazelhoff Roelfzema jr., Duinweg 16 Wassenaar, deelt mede dat hij in de afgelopen nacht rond 1 uur bij het circuscafé aan het Gevers Deynootplein is mishandeld geworden door een onbekenden Duitsche militair en een vermoedelijk Duitsche burger. Eveneens werd mishandeld J.C.A. Mesritz.’ Het ‘circuscafé’ is het toenmalige café-restaurant van het huidige Circustheater aan het Gevers Deynootplein in Scheveningen.

Het politierapport vermeldt verder dat de mishandeling plaatsvond ‘vermoedelijk op aandringen van een kelner, werkzaam in het circus-café’. Details worden niet vermeld, maar de klappen waren blijkbaar wel zo hard dat Hazelhoff Roelfzema ‘zich terzake meldde tot de Duitsche politie aan het Lange Voorhout 38, vanwaar hij naar deze afdeling werd verwezen onder mededeling dat, indien terzake proces-verbaal wordt opgemaakt, een afschrift bij de Duitsche politie wordt ingewacht.

Het circuscafé in 1907. Erik Hazelhoff Roelfzema

Het circuscafé in 1907. Het gebouw werd na ingrijpende verbouwingen in de jaren zestig het huidige Circustheater.

Hazelhoff Roelfzema verzocht evenwel geen pv op te maken, maar met de directie van het circuscafé en de betrokken kelner te spreken.’ Kennelijk wilde hij voorkomen dat de Duitse politie lucht zou krijgen van de pogingen die hij enkele dagen eerder in Scheveningen had gedaan om naar Engeland uit te wijken.

De 40-jarige kelner Anton Stouttener verklaarde tegenover de politie dat ‘Roelfzema en zijn vrienden lastig waren’ en de bar van het circus wilden binnengaan ‘langs een weg, waar geen toegang was, zonder dat de kelner, die hen herhaaldelijk verzocht hun hinder te doen ophouden, hierop enige invloed oefende.’ Nadat de heren waren weggestuurd ‘begaven een Duitsch militair en een burger zich naar buiten’, waarna op het plein blijkbaar klappen werden uitgedeeld. De kelner hield zich tegenover de politie op de vlakte. Wat er buiten verder gebeurde wist hij niet, ‘maar de overlast van de genoemde heren was afgelopen’, aldus het rapport. Zijn lezing van het incident werd bevestigd door caféchef Albert Kavelaar.

Rapport van de Haagse politie Erik Hazelhoff Roelfzema

Rapport van de Haagse politie

‘Ga alstublieft naar huis’

Het incident is opmerkelijk, omdat Hazelhoff Roelfzema en zijn vrienden nog maar enkele dagen tevoren slechts dankzij de oplettendheid van een Scheveningse schipper en een ‘badknecht’ niet waren gearresteerd. Wat bezielde hen om daarna in de badplaats de aandacht op zich te vestigen?

Zijn eerste poging was twaalf dagen eerder, op 13 augustus. Hij schrijft erover in zijn begin jaren zeventig verschenen boek Soldaat van Oranje: ‘Na een week praten met vissers, haringmannetjes, politieagenten, Duitse soldaten en lanterfanters in cafés, aan de ka, bij visstalletjes, in de tram en op de banken aan de boulevard’ klopt hij rond half tien ’s avonds onaangekondigd aan bij Arie van der Zwan, schipper van de SCH 107 die in ‘een klein groen huisje vlak achter de zuidboulevard’ woont. Van der Zwan verkoopt hem een vlet waarmee hij met Mesritz, Kranenburg en Michielsen naar Engeland kan varen. Hun vrienden Herman van Brero en Chris Krediet zullen op afstand kijken of er geen Duitse patrouille in aantocht is. Op de bewuste nacht staan ze, in zeemanskleren, ‘Carel met een levensgroot pistool in zijn riem’, klaar om te vertrekken. Maar schipper Van der Zwan, ‘bibberend van de zenuwen’, vertrouwt het niet meer. ‘Hier is je geld terug. Ik krijg morgen twee Duitse soldaten aan boord. Het spijt me voor de koningin, maar gaat u alstublieft naar huis.’ De poging wordt afgeblazen. ‘Wat ontbrak was een beetje, een heel klein beetje geluk’, schrijft Erik in Soldaat van Oranje.

Na een nieuwe (mislukte) poging op 15 augustus vanuit de duinen bij Noordwijkerhout, waarvan de Duitse politie lucht had gekregen, probeert Hazelhoff Roelfzema het nog eens in Scheveningen. ‘In het Luxe Bad lag de vlet van Maatschappij Zeebad, een roeibootje waarmee de badman tussen de zwemmers ronddobberde. De autoriteiten beschouwden het blijkbaar niet als zeewaardig, want het mocht ’s nachts hoog op het strand blijven liggen. Ik wilde er wel een kansje mee wagen en koos voor mijn vertrek 19 augustus. Jean en Carel toonden zich bereid de boot naar zee te helpen duwen.’ Blikken benzine en ‘een vettig aanhangmotortje’ werden door Mesritz en Kranenburg naar Scheveningen gebracht en met toestemming van een bevriende ‘badknecht’ in een badhokje klaargezet. Hun vrienden Jacques ten Brink en Alexander Rowerth kwamen nog even langs om afscheid te nemen. Tegen middernacht was het zo ver. ‘Ik draaide de sleutel van het badhokje in het slot, trok de deur open, geen benzine!’

Faliekant mislukt

In Soldaat van Oranje beschrijft Erik hoe hij ‘enkele dagen later’ van de badknecht hoorde wat er was gebeurd: waarschijnlijk door de warmte waren de doppen van de blikken gesprongen. Heel het zonnebad rook naar benzine en de badgasten hadden zich bij de badknecht beklaagd. Die had meteen door dat het bezitten van benzine illegaal was en had de blikken uit het hok gehaald en in een schuurtje bij hem thuis opgeborgen. Ook deze poging was dus faliekant mislukt.

Met het buitenboordmotortje liep Erik die avond naar het strand, naar de golfbreker waar hij ruim een jaar later vanuit Engeland op aan koerste tijdens zijn geheime operaties op het noorderstrand. ‘Scheveningen baadde in het maanlicht. Tien jaar had ik hier rondgedard, als jongen, als student. Tien gelukkige jaren, op de boulevard, aan het strand, in zee. (…) Ik hief het motortje hoog boven mijn hoofd. Het was de tweede motor die ik deze week de Noordzee in slingerde.’

Er is reden om aan te nemen dat de vrienden laat in de avond de mislukking zijn gaan ‘vieren’ met een tocht langs kroegen op de toen nog toegankelijke boulevard. De tocht eindigde blijkbaar rond 01.00 uur in het circuscafé. In het politierapport is sprake van ‘Roelfzema en zijn vrienden’ (meervoud!). Hij was daar dus waarschijnlijk niet alleen met Mesritz, maar ook met Kranenburg, Michielsen en mogelijk ook Ten Brink en Rowerth.

Van het vriendengroepje overleefden alleen, naast Hazelhoff Roelfzema, Jacques ten Brink en Herman van Brero de oorlog. Alexander Rowerth nam dienst bij de Waffen-SS en sneuvelde in Rusland. Erik Michielsen bereikte Engeland in mei 1942 en verongelukte tijdens zijn opleiding bij de RAF. Jean Mesritz en Carel Kranenburg werden bij een latere poging tot Engelandvaart gearresteerd. Mesritz overleed in maart 1945 in het concentratiekamp Neuengamme. Kranenburg overleefde de oorlog, maar stierf in 1947 als militair in Nederlandsch-Indië toen zijn pantserwagen door Indonesiërs onder vuur werd genomen.

[

De routes naar Engeland

](/engelandvaarders/routes)

[

Stichting WO2 Sporen

](https://www.wo2sporen.eu/)

[

Vrouwelijke Engelandvaarders

](/engelandvaarders/vrouwelijke-engelandvaarders)

Terug naar alle verhalen

Lees ook

Meer verhalen
Spectaculaire ontsnappingen Verhaal

Spectaculaire ontsnappingen

In zijn onderzoek naar de activiteiten van inlichtingen- en veiligheidsdiensten in Nederland tijdens en na de Tweede Wereldoorlog stuitte historicus Frans Kluiters in 1999 op pikante gegevens over...

26 maart 2026

Tulpen voor Wilhelmina Verhaal

Tulpen voor Wilhelmina

Mijn in 2004 verschenen proefschrift over Engelandvaarders draagt de titel “Tulpen voor Wilhelmina: de geschiedenis van de Engelandvaarders”.

26 maart 2026

Ontdek meer in het museum

Deze verhalen komen tot leven in Noordwijk. Plan je bezoek en sta oog in oog met de geschiedenis van de Engelandvaarders.