Door Sierk Plantinga
Na aankomst in Engeland kwamen Engelandvaarders soms in wel heel bijzondere functies terecht. Zo ook Bubi Gelissen, die als agent-telegrafist door het Amerikaanse leger naar Oostenrijk werd uitgezonden.
Gerard Bernard Henri ‘Bubi’ Gelissen werd in 1922 geboren te Voorst als zoon van een minister van Economische Zaken in het tweede kabinet Colijn. Zijn toegevoegde naam Bubi dankte hij aan zijn Duitse kinderjuffrouw. Na zijn eindexamen HBS-a in 1941 ging hij studeren in Amsterdam. Hij weigerde de loyaliteitsverklaring te tekenen en ging vanaf ongeveer maart 1943 werken; een baan vond hij snel dankzij zijn vader.
Omdat de geruchten over het verplicht moeten werken in Duitsland steeds sterker werden besloot hij om via Zweden naar Engeland te gaan. Het lukte hem om na eerdere tegenwerking vanwege het ontbreken van ervaring toch een monsterboekje te verkrijgen waarmee hij een contract kon sluiten om met het ss Rijn naar Finland te varen.

Het schip vertrok op 2 augustus 1943 uit Delfzijl. Samen met mede opvarende F.T. Stuvel had hij al besloten om na de wisseling van de loods ter hoogte van het voor de Zweedse kust liggende Dalarö van boord te springen en naar Zweden te zwemmen.
Gedrost in Zweden
Uiteindelijk sprongen er om ongeveer één uur s-nachts zes jongens van het schip af: Gelissen, Stuvel, J.W. Kreumer, J.L. van der Weyden, J. van Dijken en Menne Mulder. Deze laatste mocht van de anderen niet mee omdat hij niet kon zwemmen; hij gooide echter met hulp van een stoker een paar luiken van het schip overboord met daarop zijn kleding en sprong vervolgens met zwemvest er achter aan. Hij werd later door een Zweedse zeiler opgepikt van zijn geïmproviseerde vlot en overgezet op een loodsbootje en zo aan wal gebracht.
Toen de vijf zwemmers na ongeveer een kwartier zwemmen aan land waren gekomen bij Dalarö ontdekten zij een zomerhuisje waarvan de deur open stond. Daar ontdeden zij zich van hun natte plunje, hingen die te drogen en vervolgens werd een 15-jarige bewoner wakker; deze schrok wel maar liet hen begaan. Zij bleven daar tot s-morgens 6 uur; om half zes zagen zij de Rijn weer terugvaren en daar schrokken ze zo van dat ze alle vijf probeerden snel weg te komen, Gelissen als eerste.
Uiteindelijk wisten zij een taxi te bestellen die hen naar Stockholm zou brengen, maar een 20 kilometer daarvoor werden zij door een politiepatrouille opgemerkt en gearresteerd. Ze werden op het politiebureau verhoord en vervolgens gedurende drie dagen in een cel vastgehouden. Ook de niet-zwemmer Mulder belandde een dag na die arrestatie op het zelfde politiebureau. Alle zes arriveerden uiteindelijk op 12 augustus 1943 in Stockholm bij het Nederlandse Consulaat-generaal. Daar werden ze allen eerst uitgebreid ondervraagd en vervolgens te werk gesteld in de Zweedse bossen.
Agent-parachutist
Gelissen werd in oktober 1943 geplaatst bij de persafdeling van het Nederlandse Gezantschap. Door zijn werk bij de persafdeling leerde hij de taken van het Bureau Inlichtingen kennen. Die trokken hem wel aan en daarom gaf hij zich op om als agent en parachutist te gaan functioneren. Vrij snel daarna kon hij per vliegtuig naar Engeland vertrekken waar hij op 11 augustus 1944 aankwam.
Daar volgden de gebruikelijke verhoren van de Engelse veiligheidsdienst en daarna van de Nederlandse Politie Buitendienst.
Door het Bureau Inlichtingen in Londen werd hij met nog een paar anderen uitgeleend aan de ‘Secret Intelligence Branch of the Office of Strategic Services’ van het Amerikaanse leger. Hij werd met zijn kompanen door de Amerikanen opgeleid tot agent-parachutist. Hun commandant was de Amerikaanse captain van Nederlandse afkomst Jan Laverge.
Aanvankelijk was het de bedoeling om Gelissen te droppen in de buurt van Kassel. Dat ging niet door, net zo min als bij een aantal andere plaatsen. Daar waren diverse oorzaken voor: het weer was niet geschikt, de toestand aan het front liet het niet toe. Uiteindelijk werden Gelissen alias Bernard Gerritsen, en zijn kompanen W.G. ‘Bill’ Visser alias Schepers, A.N.A. ‘Anton’ Puntman alias Pompe, en C. ‘Kees’ de Vries alias Kees van Daalen, op 24 april 1945 neergelaten op een Alpenweide op een hoogte van 1200-1300 meter in de buurt van het Oostenrijkse Kufstein. Zij waren alle vier in burgerkleding.
Op die plek waren ongeveer een maand eerder al een paar Belgen gedropt die vervolgens contact hadden gekregen met een aantal Oostenrijkse deserteurs; daaruit was een kleine groep gevormd. Het te bestrijken gebied was echter te groot voor de Belgen en daarom hadden die om versterking gevraagd.

W.G. ‘Bill’ Visser alias Schepers
Inlichtingenwerk in Oostenrijk
Het was de bedoeling dat Gelissen en Visser als een team zouden opereren (operation Virginia) en Puntman en De Vries als een ander team (operation Georgia). Gelissen en Visser hadden de opdracht gekregen om naar Innsbrück te gaan. Vandaar moesten zij hun bevindingen doorseinen over de overgebleven Duitse troepen, hun sterkte, de bewapening, de plaats van de onderdelen van de luchtafweer, de al dan niet opgeblazen bruggen en overige van militair belang zijnde gegevens.

Bubi Gelissen alias Bernard Gerritsen
Gelissen en Visser konden echter Innsbrück niet bereiken, omdat er geen vervoer mogelijk was en omdat lopen te gevaarlijk was vanwege de grote hoeveelheid terugtrekkende Duitse militairen. Zij bereikten slechts Kufstein met behulp van de ‘Belgische groep’, die ook zorgde voor onderdak bij een slager. Zij kregen van hun Amerikaanse opdrachtgevers toestemming om hun taken vanuit die plaats te vervullen.
Bij het uitvoeren van die taken werden zij geholpen door diverse Duitse en Oostenrijkse gedeserteerde militairen en ‘partizanen’. Van de een kregen zij gegevens over de Brennerpas, van een ander gegevens over de bruggen over de rivier de Inn. Door hun overtuigingskracht wisten zij de partizanen bijvoorbeeld te weerhouden om geweld te gebruiken tegen Duitse troepen; het zou, zo was de stellige verwachting, alleen maar leiden tot een bloedbad onder de bevolking door wraak nemende Duitse militairen terwijl de bevrijding nabij was.
Gelissen was degene die de berichten naar Londen seinde en Visser was de ‘observer’ voor het verzamelen van die berichten, hij kende de codes van Gelissen niet. Zij zonden tweemaal per dag uit gedurende zo’n 15 tot 20 minuten. En in Kufstein gaven zij zich uit voor Fremdarbeiter met de daarbij behorende papieren. Het moet welhaast aan de chaotische periode van de terugtrekking der Duitse troepen hebben gelegen dat zij nooit zijn betrapt tijdens het zenden of om andere redenen zijn gearresteerd.
Puntman en De Vries konden hun opgedragen plaats Zell am See evenmin bereiken en streken vervolgens neer in Kitzbühel waar ook zij begonnen met de uitvoering van hun taken.
Nadat de Amerikanen op 5 mei 1945 Kufstein hadden bezet meldden Gelissen en Visser zich bij de Intelligence afdeling van de divisie. Na een eerste verhoor konden zij nog diverse van belang zijnde gegevens vertellen, konden zij allerlei wapens overhandigen en nadat uiteindelijk een wapenstilstand was gesloten heeft Gelissen geprobeerd om met een in beslag genomen Duitse auto naar Maastricht te reizen; daar woonden zijn ouders. Bij Aken echter werd hij aangehouden en teruggebracht naar Wiesbaden en daar in een kamp met Duitse krijgsgevangenen geplaatst en verhoord door de Amerikanen. Hij vertelde aan de Amerikaanse ondervragers zijn wachtwoord en nadat er hierover contact was opgenomen met de O.S.S. werd hij weer vrijgelaten en kon hij zijn bevrijdingsreis naar Maastricht vervolgen. Daarna reisde hij naar Londen om verslag te doen van zijn missie Virginia en zich af te melden. Zijn collega Bill Visser was onafhankelijk van Bubi Gelissen ook naar Nederland gereisd doch kwam in eerste instantie niet verder dan Heidelberg; met hulp van de OSS bereikte hij per vliegtuig Londen.
Na de oorlog
Half juni 1945 werd Gelissen eervol uit de dienst van Bureau Inlichtingen ontslagen. Zijn Amerikaanse commandant Jan Laverge schreef over hem: “He has volunteered for hazerdous missions in the fulfilment of which he demonstrated exceptional courage, resourcefulness, and integrity”. Hij overleed op 29 december 2004 te Oosterbeek.
Bubi Gelissen werd na de oorlog onderscheiden met het Kruis van Verdienste, het Bronzen Kruis en de Bronze Star Medal (USA).
Uitreiking Bronzen Kruis door Prins Bernhard aan Bubi Gelissen in de Ridderzaal
Bronnen:
-
Museum Engelandvaarders: dossier G.B.H. Gelissen.
-
Nationaal Archief Den Haag: archief Ministerie van Justitie Londen (2.09.06); archief Ministerie van Justitie, afdeling Politie –Kabinet en Juridische Zaken (2.09.107); archief Ministerie van Oorlog Londen (2.13.71); archief Bureau Nationale Veiligheid 1945-1946 (2.04.80); archief Commissie Militaire Onderscheidingen (2.13.184); archief Gezantschap Zweden (2.05.219) en Consulaat-generaal Stockholm (2.05.221).
-
National Archives, College Park, MD, USA: archief OSS; met dank aan Harold Jansen.
-
F.A.C. Kluiters, De Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten, Den Haag 1993; Idem, Dutch Agents 1940-1945, versie 2008-2, in: www.nisa-intelligence.nl
[
In Engeland
](/engelandvaarders/in-engeland)
[
Vrouwelijke Engelandvaarders
](/engelandvaarders/vrouwelijke-engelandvaarders)
[
Boekbesprekingen
](/boekbesprekingen)