Albert Roessingh: Een bevlogen Jongeman

Albert Roessingh: Een bevlogen Jongeman

Deel 1: De Engelandvaart van Albert Roessingh en zijn Leidse vrienden

Door Maurits Huijbrechtse

Dit is het eerste deel van een verhaal over Engelandvaarder Albert Roessingh. Het gaat over zijn voorgeschiedenis en Engelandvaart. Het materiaal dat ten grondslag ligt aan het verhaal, is samengebracht door Diek Roessingh, neef van Albert.

Jeugd en vriendschappen in Leiden

Albert Roessingh werd geboren op 28 juni 1914 in Tilburg. Zijn jeugd bracht hij door in Utrecht, waar zijn vader, hoofdingenieur bij de Nederlandse Spoorwegen, voor zijn werk was verhuisd. Na het gymnasium begon Albert een studie rechten in Leiden. Daar raakte hij al snel ingebed in een hechte vriendenkring van studenten die later een belangrijke rol zouden spelen in de oorlogsjaren: René Borgerhoff Mulder, Hugo Pos, Chris Krediet en George Maduro.

In Leiden aan de Oude Singel 112 groeide een bijzondere band met René en Hugo. Toen de oorlog uitbrak, zou juist die vriendschap bepalend blijken voor hun keuzes.

Na zijn kandidaatsexamen volgde Albert een opleiding tot reserveofficier bij de bereden veldartillerie. Bij de mobilisatie in 1939 werd hij opgeroepen. Na de Nederlandse capitulatie keerde hij terug naar de Spoorwegen, maar hij legde zich niet neer bij de bezetting. Hij sloot zich aan bij de vroege verzetsorganisatie Ordedienst (OD), waar hij als koerier en spion voor de bekende verzetsman Pim Boellaard werkte door inlichtingen te verzamelen en door contact te onderhouden met de Amsterdamse afdeling van de OD, die onder leiding stond van Overste Boswijk.

Besluit tot vertrek

De eerste maanden van de bezetting werden door Albert en zijn vrienden als beklemmend ervaren. Vrijheden waarvoor zij als jonge juristen stonden, werden met voeten getreden. Onder de Leidenaren leidde dit tot verhitte discussies. Moest er samengewerkt worden met de bezetter zoals de aanhangers van de Nederlandsche Unie meenden, of moest elke vorm van samenwerking worden uitgesloten? Op die vraag was voor Albert het antwoord duidelijk. Hij werd geen lid van de Unie en zag er niks in. De volgende vraag die de gemoederen bezighield was: hoe konden zij het beste bijdragen aan het verzet tegen de Duitse bezetting? Sommigen meenden dat openlijk verzet de bevolking in gevaar bracht, anderen wilden actief de strijd aangaan.

Voor Albert en René was de keuze duidelijk: in Engeland konden zij meer betekenen. In november 1940 besloten zij uit te wijken, samen met Hugo Pos. Hun plan: via Delfzijl een schip nemen richting Scandinavië en vandaar verder reizen.

Wachten in Delfzijl

In Delfzijl namen de vrienden hun intrek in café De Kroonstad, waar schippers kwamen drinken. Albert schreef later in een brief aan zijn familie:

“We hadden het er prettig. De eigenares zorgde geweldig voor ons, we leerden koken van haar, voornamelijk scheepskost, en bedienden overdag in het café. Verteerden van ’s morgens tot ’s avonds en zaten met al de zeelui te borrelen en deden daar pracht tijden op.”

Vermomd als zeelieden probeerden ze aan te monsteren. Dat bleek lastig. “In het begin waren we vol goede moed, maar na een tijdje bleek het lang niet makkelijk te zijn,” noteerde Albert. “Vele kap’s waren wat achterdochtig en dorsten het niet met ons aan.”

Albert Roessingh verkleed als matroos op terras bij café Kroonstad

Albert Roessingh verkleed als matroos op terras bij café Kroonstad

Na drie weken wachten kreeg Albert een plek als kok-matroos op de kleine kustvaarder Hoendiep. Het leven aan boord was zwaar maar ook avontuurlijk:

“Overdag koken en ’s nachts aan het roer staan. Vies dat ik was, al die tien dagen niet uit de kleren geweest en me niet gewassen. Storm hebben we gehad en dat kleine kreng van een schip ging als een gek tekeer.”

Briefje Albert Roessingh over MS Hoendiep en reis naar Stockholm 15-24 november 1940

Briefje Albert Roessingh over MS Hoendiep en reis naar Stockholm 15-24 november 1940

Op 21 november 1940 vertrokken René en Albert naar Zweden. Hugo voer naar Finland, vanwaar de tocht naar Engeland iets korter bleek.

Stockholm en gevangenschap

In Karlstad verlieten Albert en René het schip. Hij reisde per trein naar Stockholm, waar hij René terugvond op een afgesproken adres. Samen meldden ze zich bij de Nederlandse gezant. Omdat hun kapiteins hen terug wilden, belandden ze in de gevangenis. Albert herinnerde zich die periode met opmerkelijke luchtigheid:

“Het verblijf in de Zweedse petoet is prachtig, kregen schitterend eten en een goed bed. Het enige bezwaar was dat je niet mocht roken, maar dat was wel toegestaan bij de verhoren, die eindeloos duurden.”

Toestemming passeren haven Karlstad 23 november 1940

Toestemming passeren haven Karlstad 23 november 1940

Na hun vrijlating werden ze opgenomen door de Nederlandse kolonie. “We maken geregeld feesten mee, worden telkens uitgenodigd door allerlei mensen, in een woord een herenleven,” schreef Albert. Toch drukte het wachten zwaar, het verkrijgen van visums en papieren kostten maanden.

Lange route naar Engeland

Begin 1941 lag de route open via de Sovjet-Unie langs Moskou. Albert schreef:

“We hopen om binnenkort te gaan, vliegen naar Moskou, vandaar met de Siberische spoorweg naar Wladiwostok… Het is een mooie reis om de wereld maar geweldig vermoeiend. Negen dagen zitten we achter elkaar in de trein, niet in slaapwagons. We zullen aardig geradbraakt zijn na afloop.”

Vanuit Zweden vervolgde de route zich door de Sovjet-Unie, langs Leningrad (Sint Petersburg) en Moskou. In Turkije, na aankomst in Istanbul, werd hij in Ankara kort opgenomen in het ziekenhuis met een acute nicotinevergiftiging, Albert stond bekend als een stevige roker.

Toeristenpas USSR 8 april 1941 vanuit Stockholm

Toeristenpas USSR 8 april 1941 vanuit Stockholm

De reis ging verder door het Midden-Oosten, met stops in Aleppo, Beiroet, Tel Aviv en Jeruzalem. In Jeruzalem werd hij door de Britten verhoord op verdenking van defaitisme, maar al snel werd zijn betrouwbaarheid bevestigd door brieven van Nederlandse diplomaten die hij onderweg was tegengekomen. Vanuit daar reisde hij via El Quantara naar Caïro, stak de Rode Zee over en zette koers naar Afrika, met een stop in Aden waar hij werd opgenomen in een militair ziekenhuis van de RAF. Na een lange zeetocht bereikte hij Kaapstad, waar hij René onverwacht weer ontmoette. René, die via Iran en Irak reisde, belandde zelfs midden in een revolutie in Bagdad en moest over het hek van de Nederlandse ambassade klimmen om zich in veiligheid te brengen.

De vrienden voeren samen de laatste etappe, via Trinidad en Tobago en Halifax in Canada, om uiteindelijk op 3 oktober 1941 in Liverpool aan te komen.

Na een tocht van bijna een jaar, die hen over de halve wereld had gevoerd, hadden ze hun doel bereikt: de vrijheid. In Engeland wachtte Hugo Pos op hen. Hij had de route kunnen volgen die Albert aan zijn ouders schetste.

Albert en René meldde zich voor de RAF. Over hoe het Albert en René in de RAF verging gaat het volgende deel van dit verhaal.

Albert Roessingh en René Borgerhoff Mulder in Stockholm 20 januari 1941

Albert Roessingh en René Borgerhoff Mulder in Stockholm 20 januari 1941

[

Verhalen van Engelandvaarders

](/engelandvaarders)

[

In Engeland

](/engelandvaarders/in-engeland)

[

Bezoek het museum

](/plan-je-bezoek)

Terug naar alle verhalen

Lees ook

Meer verhalen
Spectaculaire ontsnappingen Verhaal

Spectaculaire ontsnappingen

In zijn onderzoek naar de activiteiten van inlichtingen- en veiligheidsdiensten in Nederland tijdens en na de Tweede Wereldoorlog stuitte historicus Frans Kluiters in 1999 op pikante gegevens over...

26 maart 2026

Tulpen voor Wilhelmina Verhaal

Tulpen voor Wilhelmina

Mijn in 2004 verschenen proefschrift over Engelandvaarders draagt de titel “Tulpen voor Wilhelmina: de geschiedenis van de Engelandvaarders”.

26 maart 2026

Ontdek meer in het museum

Deze verhalen komen tot leven in Noordwijk. Plan je bezoek en sta oog in oog met de geschiedenis van de Engelandvaarders.