Victor Laurentius - Spion in smoking: het intrigerende levensverhaal van Engelandvaarder en geheim agent Peter Tazelaar

Victor Laurentius - Spion in smoking: het intrigerende levensverhaal van Engelandvaarder en geheim agent Peter Tazelaar

Door Agnes Dessing

Het boek Spion in smoking van Victor Laurentius begint met een bloedstollende scène, die bijna alle Nederlanders kennen uit de film Soldaat van Oranje, gebaseerd op het gelijknamige boek van Erik Hazelhoff Roelfzema.

Het is zondag 23 november 1941. Twee Engelandvaarders en Nederlandse geheim agenten, Hazelhoff en Tazelaar, worden om vijf uur ‘s ochtends door een Britse Motor Gun Boat (MGB) afgezet op het ijskoude Scheveningse strand. Hazelhoff helpt zijn collega Tazelaar uit zijn dry-suit (een rubber pak) waaronder een smetteloze smoking verborgen zit. Hij haalt een door koningin Wilhelmina afgestane fles cognac tevoorschijn waarmee hij de revers van Tazelaars smoking besprenkelt, zodat deze voor een verdwaalde feestganger door kan gaan. Daarna gaat Hazelhoff terug in zijn bootje naar de wachtende MGB en loopt Tazelaar richting de Scheveningse boulevard. Zijn opdracht is om binnen 48 uur twee prominente Nederlanders op te halen en naar het strand te brengen. Verder moet hij een zendverbinding tussen bezet Nederland en Engeland realiseren en tenslotte moet hij een ontsnappingslijn voor geallieerde piloten opbouwen.

Victor Laurentius

Peter Tazelaar

Om te beginnen wil Tazelaar echter de tram nemen op het Gevers Deynootplein. Daar trekt hij ongewild enorm de aandacht, omdat hij met zilveren munten betaalt, die al enige tijd door de Duitsers uit de roulatie zijn genomen en vervangen door zinken munten, iets wat in Londen niet bekend is. Hij stapt al snel uit de tram en besluit naar Station Hollands Spoor te lopen. Daar koopt hij met papiergeld, dat nog wel in omloop is, een treinkaartje naar Vlaardingen, waar zijn opa woont. Terwijl hij op de trein staat te wachten volgt een nieuw stressmoment. Hij voelt onder zijn jas aan zijn Colt.45 en breekt de elastieken houder, waardoor het wapen met een ijselijk harde klap op de tegels valt. Zo achteloos mogelijk raapt Tazelaar het wapen op en verbergt het weer onder zijn jas.

Deze inleiding is een ijzersterke binnenkomer, die je direct het verhaal binnentrekt. Het laat ook zien hoe ontzettend dapper Tazelaar was en hoe spectaculair zijn acties waren. Toch heeft hij in de latere beeldvorming en geschiedschrijving niet de ‘credits’ gekregen voor zijn heldhaftig gedrag. Dat lag voor een klein deel aan hemzelf: hij liet zich niet voorstaan op zijn oorlogsverleden, was wars van publiciteit. Het lag echter vooral aan de acties van zijn kompaan Hazelhoff Roelfzema, die het boek Soldaat van Oranje schreef, waarin Tazelaar omschreven werd als “moedige medestrijder’ van Hazelhoff en nog meer aan de gelijknamige film uit 1977, waarin Tazelaars naam niet eens voorkomt en zijn rol en die van een andere agent, Ernst de Jonge, samenkomen in het fictieve personage Guus Lejeune.

Het boek van Laurentius is dan ook één groot eerherstel, of zoals Tazelaars achterneef Derk Sauer het tijdens een TV-uitzending formuleerde: Tazelaar is de echte Soldaat van Oranje

Zeer gewetensvol reconstrueert Laurentius het leven van verzetsman en geheim agent Peter Tazelaar: zijn Indische jeugd, zijn strenge vader, zijn toelating als adelborst in 1938 tot het KIM (Koninklijk Instituut voor de Marine). Hij maakte deze opleiding niet af, zoals hij in zijn latere leven geen enkele opleiding zou afmaken. Hij lag goed bij zijn mede-studenten, maar verdroeg de opgelegde discipline slecht, was slordig en voerde niets uit.

Na de Duitse inval in mei 1940 probeerde hij vergeefs naar Engeland te ontsnappen en raakte via contacten met zijn mede-adelborsten betrokken bij de Ordedienst (OD), een verzetsgroep van militairen, die als doel had na de Duitse capitulatie de orde in Nederland te bewaren. Zomer 1941 zag Tazelaar kans aan boord van het Zwitserse vrachtschip St. Cergue naar Engeland te ontsnappen. Aan boord ontmoette hij nog twee Engelandvaarders in spé: de Leidse studenten Erik Hazelhoff Roelfzema en Bob van der Stok.

Laatstgenoemde vertelde Tazelaar al op de boot over een plan dat hij had bedacht om een spionagenetwerk in bezet Nederland op te zetten door agenten via de Noordzee op de Nederlandse kust af te zetten. Daarbij was Hazelhoff niet betrokken. Maar Hazelhoff kwam er toch achter en ging met het plan aan de haal, waarop Van der Stok zich terugtrok.

Eenmaal in Engeland gingen Hazelhoff, Tazelaar en nog een derde Engelandvaarder (Chris Krediet) samen met koningin Wilhelmina, haar particulier secretaris Van ’t Sant en de Engelse geheime dienst aan de slag om een verbinding met bezet Nederland tot stand te brengen. Deze operatie werd Contact Holland gedoopt en het afzetten bij Scheveningen van Peter Tazelaar was het eerste wapenfeit van deze groep.

Toch is Contact Holland geen succes geworden, al lag dat niet aan Tazelaar. Na meerdere mislukte afhaaloperaties stond hij op 17 januari 1942 met twee prominente Nederlanders klaar op het strand van Scheveningen, wachtend op de MGB die hen zou ophalen. Ook zijn OD-verzetsvriend Gerard Dogger was erbij. Maar de zaak was echter verraden. Behalve Tazelaar en Dogger die de half bevroren zee inliepen en zich daar tot hun nek schuilhielden, werd iedereen gearresteerd.

Via Zwitserland en Spanje reisden Tazelaar en Dogger naar Engeland, voor Tazelaar de tweede keer. Na terugkeer viel de held van dit verhaal in een zwart gat: hij maakte zich zorgen over zijn verzetsvrienden in Nederland en vreesde infiltratie, werd uitgekafferd door de Minister van Marine en terwijl zijn maten Hazelhoff en Krediet vanwege Contact Holland werden onderscheiden met de Militaire Willemsorde, kreeg Tazelaar het Kruis van Verdienste, hetgeen hij weigerde. Terwijl Hazelhoff en Krediet werden opgeleid tot vlieger en toetraden tot de RAF, werkte Tazelaar bij de Londense brandweer.

In 1944 verscheen een reddende engel in de persoon van verzetsman Gerrit Jan van Heuven Goedhart, die uit bezet Nederland had weten te ontsnappen en minister werd in het Londense kabinet. Hij zette zich met succes in voor het eerherstel van Peter Tazelaar. Op 12 september 1944 werd Tazelaar door een blije koningin Wilhelmina tot ridder geslagen en begin november 1944 werd hij als agent van het Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO) gedropt boven Friesland, om het verzet hier zodanig bij te staan dat deze provincie zichzelf heeft kunnen bevrijden.

Na de oorlog volgde nog een heel leven: Tazelaar zou op 73-jarige leeftijd in 1993 overlijden. Maar het hoogtepunt (de oorlog) was toen al geweest. Er kwam bij Tazelaar geen carrière van de grond, hij trouwde vier keer, maar geen enkel huwelijk hield stand.

Toen de film Soldaat van Oranje in 1977 in première ging, gingen verzetsvrienden van Tazelaar protesteren, omdat er volgens hen in boek en film een verkeerde voorstelling van zaken werd gegeven. Tazelaar zelf werd er niet warm of koud onder: ‘Dan had ik zelf zo’n boek moeten schrijven, zei hij over Soldaat van Oranje, ‘….maar daar ben ik te lui voor’.

Dit boek van Victor Laurentius is het échte verhaal van Peter Tazelaar en verdient het zeer om gelezen te worden. Het boek is te koop in de winkel van het museum.

[

meer boekbesprekingen

](/boekbesprekingen)

[

verhalen van Engelandvaarders

](/engelandvaarders)

[

museumbezoek

](/museum)

Terug naar boekbesprekingen

Lees ook

Meer boekbesprekingen

Ontdek meer in het museum

Deze verhalen komen tot leven in Noordwijk. Plan je bezoek en sta oog in oog met de geschiedenis van de Engelandvaarders.