Met de recente onthulling van een Nederlandse herdenkingsplaquette in het Normandische Arromanches-les-Bains is opnieuw aandacht gevraagd voor de Nederlandse bijdrage aan D-Day. Op 6 juni 1944 namen Nederlandse oorlogsschepen, koopvaardijbemanningen, vliegers en marinemensen deel aan de grootste amfibische invasie uit de geschiedenis.
Achter die bijdrage gaan duizenden persoonlijke verhalen schuil. Verhalen van mannen die jaren eerder bezet Nederland ontvluchtten en na een vaak lange en gevaarlijke tocht uiteindelijk terugkeerden naar het Europese strijdtoneel om bij te dragen aan de bevrijding van hun vaderland. De levens van Hugo van Roon, Warner Borgeld, Izak Cohen en Maurits Goudeketting laten zien hoe uiteenlopend die wegen naar Normandië konden zijn.
Voor de Scheveninger Hugo van Roon begon alles op 16 maart 1941. Samen met zes vrienden verliet hij in het donker de Tweede Binnenhaven van Scheveningen aan boord van de motorvlet Anna (KW96). Met geïmproviseerde peddels wisten zij ongemerkt de haven uit te komen voordat de motor werd gestart. Een dag later werden zij opgepikt door een Brits marineschip en naar Schotland gebracht. In Londen werden de jongens ontvangen door koningin Wilhelmina en prins Bernhard. Vervolgens trad Van Roon toe tot de Koninklijke Marine. Via Hr.Ms. Jacob van Heemskerck kwam hij uiteindelijk terecht op de kanonneerboot Hr.Ms. Soemba.
Warner Albert Borgeld volgde een heel andere route. De Amsterdamse arts diende sinds 1932 bij de Koninklijke Marine en had al een indrukwekkende loopbaan achter de rug toen Nederland in mei 1940 werd aangevallen. Via Zeeland en Oostende wist hij Engeland te bereiken aan boord van de geïmproviseerde garnalenvisser Wolf. Eenmaal in Groot-Brittannië hielp hij bij de opbouw van de geneeskundige dienst van de Koninklijke Marine in ballingschap. In 1943 keerde hij terug naar zee als scheepsarts op Hr.Ms. Flores.
Voor Izak Cohen uit Hengelo werd de weg naar Engeland een verhaal van vervolging, verlies en volharding. De Joodse fruitgroothandelaar hielp in 1942 twee ontsnapte Franse piloten naar Zuid-Frankrijk. Toen hij zelf probeerde te ontsnappen, werd hij gearresteerd en in Franse kampen geïnterneerd. Nadat hij berichten hoorde over de vervolging van Joden in Nederland besloot hij zelfs terug te keren om zijn verloofde en haar familie te waarschuwen.
Uiteindelijk waagde hij opnieuw de oversteek van de Pyreneeën, belandde in het Spaanse kamp Miranda de Ebro en bereikte pas in juni 1943 Engeland. Daar trad hij toe tot de Nederlandse Motortorpedobootdienst in Dover. Terwijl hij vocht voor de bevrijding van Europa, bereikte hem het nieuws dat zijn broer Simon door de Duitsers was vermoord in Auschwitz.
Ook Maurits Goudeketting kende een lange vluchtgeschiedenis. Als Joodse Nederlander zag hij zijn positie na de Duitse bezetting steeds verder verslechteren. Via Frankrijk en Spanje wist hij uiteindelijk Engeland te bereiken. Daar koos hij ervoor de strijd actief voort te zetten. Hij werd vlieger en nam deel aan operationele missies boven bezet Europa.
Voor Goudeketting was de oorlog niet alleen een strijd tegen een bezetter, maar ook een persoonlijke confrontatie met een regime dat familieleden en vrienden had vervolgd en vermoord.
Op 6 juni 1944 kwamen deze verschillende levensverhalen samen in de geschiedenis van D-Day. Hugo van Roon bevond zich aan boord van Hr.Ms. Soemba, terwijl Warner Borgeld als scheepsarts diende op Hr.Ms. Flores. Beide Nederlandse kanonneerboten verleenden vuursteun aan de geallieerde troepen die op de stranden van Normandië landden. Hun optreden was zo effectief dat de schepen later bekend werden als The Terrible Twins. Tegelijkertijd waren de motortorpedoboten van Izak Cohen actief in Het Kanaal, waar zij de invasievloot beschermden en Duitse tegenmaatregelen hielpen verstoren. Boven het invasiegebied vlogen vliegers als Maurits Goudeketting hun missies ter ondersteuning van de geallieerde opmars.
Hun verhalen illustreren de veelzijdigheid van de Nederlandse bijdrage aan de bevrijding van Europa. Zij vertegenwoordigen verschillende achtergronden, beroepen en oorlogservaringen. Van Roon was een jonge Scheveningse avonturier die niet wilde berusten in de bezetting. Borgeld was een ervaren marine-arts die zijn vak in dienst stelde van de oorlogsinspanning. Cohen was een Joodse vluchteling die niet alleen voor zijn eigen vrijheid vocht, maar ook probeerde zijn familie te redden. Goudeketting vertegenwoordigt de groep Joodse Engelandvaarders die de vervolging ontvluchtten en vervolgens actief deelnamen aan de strijd tegen nazi-Duitsland.
Na de oorlog keerden zij terug naar een wereld die probeerde de draad weer op te pakken. Van Roon bleef verbonden met de geschiedenis van de Engelandvaarders. Borgeld bereikte de hoogste regionen van de geneeskundige dienst en eindigde zijn loopbaan als schout-bij-nacht-arts. Cohen bouwde samen met zijn Engelse vrouw een nieuw bestaan op in Hengelo, maar bleef de gevolgen van de oorlog zijn leven lang meedragen. Goudeketting behoorde tot de generatie veteranen die pas veel later uitgebreid over hun ervaringen zouden spreken.
De nieuwe herdenkingsplaquette in Arromanches herinnert aan de Nederlandse bijdrage aan D-Day. De levens van Hugo van Roon, Warner Borgeld, Izak Cohen en Maurits Goudeketting laten zien dat achter die collectieve geschiedenis individuele verhalen schuilgaan van moed, verlies, doorzettingsvermogen en overtuiging. Hun wegen naar Normandië waren verschillend, maar kwamen samen in één doel: de bevrijding van Europa en de terugkeer van vrijheid. Meer dan tachtig jaar later verdienen die verhalen nog altijd het om verteld te worden.
Het Museum Engelandvaarders was bij de onthulling van de plaquette vertegenwoordigd door vrijwilliger Maurits Huijbrechtse, die op vakantie was in Normandië.