Voor alle routes geldt dat de Engelandvaart pas in 1941 goed op gang kwam. Voor de Noordzeeroute was 1941 het topjaar. In 1942 en 1943 waren vooral de twee andere routes in trek. In 1944 nam het aantal vertrekkende Engelandvaarders af, om in 1945 helemaal tot stilstand te komen.

Vaak was er geen sprake van een bewuste keuze: welke weg iemand nam werd dikwijls door het toeval bepaald. Wie zich gedwongen zag te vertrekken, greep elke vluchtmogelijkheid aan.

10%

bereikte Engeland
via de Noordzee

Noordzeeroute

De weg over de Noordzee was het kortst en leek daarom aantrekkelijk. Toch was ontsnappen via deze route uiterst moeilijk en gevaarlijk, zeker nadat de bezetter in 1942 begon met de Atlantikwall en de kust tot verboden gebied werd verklaard.

Vanaf de Nederlandse kust zijn in totaal 136 pogingen bekend, waarvan slechts 23% slaagde. De meeste vonden plaats in 1941, toen de kust nog enigszins bereikbaar was. In mei 1941 lukte het twee keer om zelfs per vliegtuig over te steken: eerst in een gestolen G1, kort daarna in een gestolen Fokker-watervliegtuig.

58%

koos de
zuidelijke route

Zuidelijke route

Deze route was lang en telde veel grenzen die clandestien overgestoken moesten worden. Toch kwamen de meeste Engelandvaarders zo in Engeland. Zij deden er gemiddeld 1 jaar en 3 maanden over, mede doordat ze onderweg lang in gevangenissen en interneringskampen belandden of op papieren moesten wachten.

Een van de knelpunten was Vichy-Frankrijk. Toen ook dat in november 1942 werd bezet, bleef er nog één weg open: clandestien de Pyreneeën over naar Spanje. Daar werden Engelandvaarders vaak opgesloten, onder meer in interneringskamp Miranda de Ebro.

Met elf Engelandvaarders die deze route kozen zijn interviews opgenomen, te zien op Klim naar de vrijheid.

31%

ontsnapte
via Zweden

Scandinavische route

Vooral zeelieden monsterden aan op kustvaarders met het plan om in het neutrale Zweden van boord te lopen. Net als bij de zuidelijke route moesten zij lang wachten. De passage naar Engeland kon alleen per postvliegtuig, en per vlucht konden maar enkelen mee.

Intussen maakten de vrijwilligers zich nuttig door in de Zweedse bossen hout te hakken. Pas in 1944 kwam er, met Amerikaanse bommenwerpers, genoeg vervoerscapaciteit om de Engelandvaarders uit Zweden naar Engeland te brengen.

En dan: aankomst in Engeland

Na de gevaarlijke overtocht wachtten de verhoren, koningin Wilhelmina en de oorlogsinzet.

Lees over In Engeland